3. jan, 2018

Het dorp

De laatste weken van het oude jaar vind ik ‘unheimische’ weken. Het dorp waar ik woon, vervreemd in deze tijd van het jaar van mij. Ik kom veel buiten en zie alle veranderingen.

Het begint eigenlijk al in de herfst als ik afscheid moet nemen van de zomer. Hoewel ik de herfst een prachtig jaargetijde vind en de wereld in waarde zie toenemen omdat de natuur haar kleur verandert in goud, neem ik afscheid van het licht van de zomer. Lichte kleding, lichte schoenen, lichte vakantiedagen en  ’s avonds lang licht. Veel te snel neemt de tijd het licht weer van mij af. Ik neem het voor lief en aanschouw de gouden gloed die ik ervoor terug krijg. Dan start de opmars naar de donkere dagen. Mijn kleding wordt zwaarder. De schoenen worden laarzen, de lichte jas wordt een zware warme jas. Voor ik naar buiten kan om met de honden te wandelen, heb ik al een ingewikkelde verkleedpartij achter de rug. Het regent veel en ik zie water verschijnen op plaatsen waar ik een paar weken daarvoor nog ‘droog’ in het gras naar de voorbijtrekkende wolken lag te kijken. Overal in het dorp gaan de gordijnen weer dicht. Het dorp verdwijnt langzaam in een halve winterslaap. Wandelaars vervangen de natuur voor de tv. Hondeneigenaren lopen enkel nog de strikt verplichte meters met hun viervoeters. Het laatste blad valt. De  natuur is in rust. Het dorp lijkt dit voorbeeld te volgen.

Tot de dagen voor kerst aanbreken! De parkeerplaats voor de supermarkt wordt ingenomen door een oliebollenkraam. De overgebleven vakken worden buit gemaakt door de verkoper van kerstbomen en de plaatselijke kruidenier schreeuwt met zijn verlengde openingstijden dat er flink ingekocht moet worden omdat er misschien wel een hongerwinter dreigt. Hij verpakt het dreigement met hulst, ballen en kerstkransjes maar ik laat me natuurlijk niet gek maken. Als ik het “gehamster” aanschouw, zie ik duidelijk voortekenen van naderend onheil. Het onheil laat niet al te lang op zich wachten. Het komt uit de lucht en valt zwaar naar beneden. Met hele pakken tegelijk. Het dorp is er stil van. Het licht is een klein beetje terug en ’s morgens vroeg zet ik de eerste voetstappen op het witte kleed. Dat vind ik een leuk spelletje. Lopen op sneeuw waar nog niemand een stap gezet heeft. Overdag gaan de deuren even open en veegt het dorp de straatjes schoon. Had ik dat ook maar gedaan. Mijn straatje is verandert in een ijsbaan. Het is een hele kunst geworden om zonder vallen en opstaan met twee honden in het park te komen. Ik denk er net over na om mijn honden een slee-trek-training te geven, als ineens alles weer weggesmolten is. De temperatuur is van slag. Van -4 naar +8 is een sprong die tegenwoordig in één nacht gehaald wordt. Mijn stemming verandert in hetzelfde tempo als ik door de blubber mijn weg zoek naar het park.

Als het gesprek in het park verandert van de bijverschijnselen van smeltende sneeuw naar uitvallende kerstbomen, is het dorp ondertussen overgenomen door jongelui die een week te vroeg het oude jaar uit willen knallen. Voorzichtig zoek ik alternatieve routes om de rondvliegende rotjes te vermijden en mijn honden te behoeden voor ervaringen die zij een leven lang met zich mee zullen dragen. Ik verlaat het dorp. Buiten het dorp weet ik rustige uitlaatplekken te vinden.

Op oudejaarsavond blijf ik binnen. Ik kijk naar mijn twee honden en naar mijn glas champagne. Iedereen in het dorp laat op precies hetzelfde tijdstip van zich horen.

In de vroege ochtend op de eerste dag van het nieuwe jaar, loop ik alleen op straat. Het dorp verslaapt deze vroege uren. Naast mij kwispelen twee staarten. Ik ben ook blij.

Het dorp is even helemaal alleen van ons.