3. dec, 2016

Verbaal geweld

Schelden.

 

Hoe ik aan stressreductie moet doen, is mij nog nooit zo goed duidelijk geworden. Als ik stress ervaar vertaalt zich dat bij mij in hartkloppingen en vooral een heel vol hoofd. De gedachten lijken in een aaneengeregen lange rij voorbij te komen en de knop om mijn hoofd stil te zetten heb ik niet gevonden. “Ga wat leuks doen”, klinkt het goedbedoelde advies. Ik ga dan wat leuks doen. Meestal ga ik haken. Ik haak me dan een slag in de rondte en produceer in één weekend meer haakwerk dan mijn oma in haar hele leven bij elkaar heeft gehaakt. Ik haak zo hard en veel dat mijn volgende bezoek bij de fysiotherapeut alweer in de agenda staat. Een haakblessure. Iets leuks doen, werkt op deze manier natuurlijk ook niet. Zoals er in mijn kop geen “uit” knop zit, zit er dan in mijn handen ook geen fatsoenlijke rem.

Ik ervaar stress. Mijn hoofd gaat malen omdat ik er niet de vinger achter kan krijgen waarom ik stress ervaar. Ik ben van nature niet begenadigd met een fatsoenlijke mate van rust. Ik vermoed dat het een erfelijke kwestie is. Ik heb mijn moeder nooit op een stoel zien zitten. Het zou ook voort kunnen komen uit mijn christelijke achtergrond waar hard werken als deugd werd ervaren. De christelijke omgeving is tot een minimum beperkt in mijn leven, maar de deugd is er kennelijk goed ingeramd. Je kunt de omgevingsfactoren wel veranderen maar dat is geen garantie voor een innerlijke verandering. En zo kom ik met een omhaal van woorden bij de conclusie die ik liever wil vermijden. Ik moet er zelf iets aan doen. Liever geef ik mijn omgeving tot in lengte van dagen de schuld van mijn innerlijke onrust. Dat is helder en dan kan ik tenminste mijn agressie eruit schelden. Ik scheld niet graag op mezelf. Ik vind mezelf bij tijd en wijlen best leuk dus waarom zou ik gaan schelden op mezelf. Schelden hoort uiteraard ook bij de verboden gedragingen die mij met de paplepel zijn ingegoten. Peter scheldt wel. Het koffiezetapparaat krijgt er van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat van langs omdat Peter ervaart dat hij altijd degene is die het waterreservoir moet vullen. Hem uitleggen dat ik dat ook wel eens doe, heeft geen zin. Het is voor hem een klote apparaat en dat blijft het. Net als zijn mobiele telefoon, de tomtom in de auto en al de overige apparaten in huis waar een snoer aan zit. Ik word daar wel eens moe van maar zie nu ook de toegevoegde waarde van schelden op dode materie. De onmacht krijgt zo wel een vorm en apparaten kunnen wel wat hebben. Dus ik dacht: “ Ik ga dat ook maar doen.” Ik scheld nu ook op het koffieapparaat. Ik scheld in de auto op de tomtom waar het geluid op miraculeuze wijze verdwenen is. Ik scheld op het popcornapparaat als de popcorn mij om de oren vliegt als het uit het apparaat komt. Ik scheld op de wasmachine,  de stofzuiger, de vaatwasser, de tv, de radio en de computer. Ik scheld op het chromebook en dat houd ik met het oog op het imago van het chromebook op school, maar verborgen. Het lucht heus op om zinloos te schelden op apparaten die er niets aan kunnen doen dat ze zijn wat ze zijn. Er gebeurt alleen in huis wel iets merkwaardigs. Vanuit zijn ogen kijkt Peter tamelijk verbaasd naar mij als ik mezelf bedien van zijn scheldvocabulair. Heel voorzichtig benadert hij mij. Alsof hij aanvoelt dat het gescheld op de apparaten wel eens verlegd zou kunnen worden  naar hem. “Jan, gaat het wel goed met je?” De vraag komt er aarzelend uit want het antwoord kent hij natuurlijk al. 

Ik moet iets nieuws verzinnen. Nu denken ze thuis dat ik maf geworden ben.

Verdomme.