6. nov, 2016

Moeder

Moeder.

 

Er is een onomkeerbare zekerheid in mijn leven. Mijn moeder is dood. Al heel lang. Al zolang dat ik al veel langer een leven heb zonder moeder dan met een moeder. Al zo lang dat haar dood geen dagelijkse rol meer in mijn leven speelt. Al zolang dat ik niet meer weet of mijn herinnering de juiste werkelijkheid heeft opgeslagen. Het is ook niet meer interessant. Ik koester een herinnering aan mijn moeder. De herinnering die ik toegelaten heb en die mij heeft geholpen om met haar dood om te gaan.

Toch blijkt alles rondom het verlies van mijn moeder van een porseleinen breekbaarheid. Dat merkte ik vandaag toen ik een fragment in een filmpje zag waarin mijn moeder te zien en te horen is. Ik heb al heel lang geen bewegende beelden van haar gezien. Haar foto hangt op mijn slaapkamer tussen andere foto’s die ik nog maar zelden bewust bekijk. Heel af en toe vergelijk ik de opkomende lijnen in mijn gezicht met de lijnen in het gezicht van mijn moeder op de foto. De vergelijking kan al niet meer opgaan omdat mijn moeder niet mijn huidige leeftijd heeft bereikt. Ik kijk dus al in het verleden.

De beelden van vandaag hebben mij even in de war gebracht. De moeder die ik zag kwam niet overeen met de moeder die leeft in mijn herinnering. Ik zag mijn moeder zoals ze eruit zag kort voor haar overlijden. In een veel te grote jurk om haar uitgemergelde lijf. Haar ogen lagen groot en diep in haar gezicht. Ze keek schichtig, bijna verward, om zich heen voor ze iets vertelde. Haar stem klonk helemaal niet zoals ik mij herinner. Haar accent klonk me onwerkelijk vreemd in mijn oren. Toch was dit mijn moeder. Ik herkende haar uiterlijk.

Ik heb een paar keer gekeken naar dit korte beeld en ik heb een paar keer geluisterd naar de stem die ik niet ken. Mijn verwarring verdween. Mijn verstand kon me vertellen dat het niet om de juistheid van mijn herinnering gaat maar dat mijn herinnering aan haar, mijn kleur heeft. Mijn gevoel en mijn verbondenheid met haar.

De beelden maakte me vandaag wel even verdrietig. Toen heb ik niet gezien wat ik nu wel kon zien. Toen was ik jong en kon ik maar moeilijk bevatten dat ze er binnen afzienbare tijd niet meer zou zijn. Toen was ik bezig met mijn eigen aanstaande overlevingstocht zonder moeder.

Het korte filmmoment heeft haar angst en onzekerheid vastgelegd. Haar ogen zoeken. Het lijkt alsof ze nog alle momenten die haar gegund zijn, intens in zich op wil nemen. Ze wil ook nog haar verhaal kwijt en ze zoekt naar het geschikte moment. Het is een los fragment geworden. Niet meer in samenhang, maar losse flarden die ze kwijt wil. Hoe duidelijk is te zien dat het leven haar aan het loslaten is terwijl ze er zelf nog zo wanhopig aan probeert vast te houden. De strijd die ophanden is openbaart zich in al haar hevigheid. In al haar onomkeerbaarheid. Mijn moeder is in het fragment al niet meer mijn moeder. Zij is het proces van loslaten al begonnen en spreekt met het accent uit haar jeugd. Zij zoekt al de geborgenheid die zij als kind heeft ervaren omdat zij diep van binnen al een ander weten heeft.

Tijd is verdwenen in dit beeld en in gedachten kan ik haar heel even dragen in de strijd die al voorbij is.