28. okt, 2016

Juf Caroline

Juf Caroline.

 

Stilzwijgend in een lange rij lopen we achter haar aan.

Zo wil zij het.

Ze zette het fluitje aan haar mond.

Het schelle geluid floot ons in de rij.

Orde voordat we naar binnen gingen.

Twee aan twee liepen we achter haar aan de school in.

Iedere dag opnieuw hetzelfde ritueel.

Zij ging ons voor.

Haar blonde haar strak naar achteren getrokken en opgeknoopt tot een knot op haar hoofd.

Haar bril, grotesk en zwart, op haar neus.

Het sjaaltje om haar nek had iedere dag een andere kleur, een andere knoop.

Zij leefde voor ons.

Zij leefde voor haar kinderen.

Haar passie.

Zij was onze kleuterjuf.

Zelf had ze geen kinderen.

De moeders aan het hek noemde dat: “Haar grote verdriet.”   

Onze juf sprak daar niet over.

Wij waren haar kinderen.

“Mijn schatten”, noemde ze ons.

Zo voelden we ons ook.

Haar kostbare bezit.

De kleine basisschool in het dorp was de school van juf Caroline.

Andere kinderen zaten op de “openbare”.

Wij zaten bij juf Caroline.

De grote stap naar de basisschool maakte zij voor ons eenvoudig en klein.

Met haar vriendelijke glimlach begroette zij ons en legde haar ochtendritueel uit:

“Als ik fluit, dan komen jullie keurig in de rij staan”.

Wij wilden graag in haar rij staan.

Toen werd juf Caroline vervangen door juf Joke.

“Ze is een beetje ziek”, zei juf Joke.

“De dokter zegt dat ze goed moet uitrusten”.

Juf Joke liet ons tekenen.

Heel veel tekeningen voor juf Caroline.

“Ik mis je, juf.”

Hanenpoten.

Letters in spiegelbeeld.

“Wanneer kom je terug?”

Juf Joke zei dat het lang zou duren.

Juf Caroline was erg ziek.

We dachten vaak aan haar.

Vaak werd soms.

Soms werd zelden.

Zonder juf Caroline kwamen we aan in groep 3 en gingen we naar groep 4.

Ineens was ze even terug.

Aan het hek spraken de wachtende moeders er schande van.

Hij was 20 jaar jonger.

Hij was nu haar “schat”.

Ze had hem ontmoet in het speciale ziekenhuis.

Hij was daar voor hetzelfde.

De moeders spraken erover.

Wij begrepen het niet.

Ook bij hem was het mislukt.

Nu was hij met juf Caroline.

Op school hoefde ze niet meer te komen.

Dat kon niet.

De school was van een meneer en die zei dat het niet mocht, wat juf Caroline had gedaan.

Ons dorp was niet groot.

Juf Caroline woonde er.

We zagen haar niet meer bij de school.

We zagen haar bij de supermarkt.

Juf Caroline werd dik en weer dun en toen liep ze achter een kinderwagen.

Het dorp keerde haar de rug toe.

Wij niet.

Wij holden naar haar toe en toonde haar ons eerste rapport van de middelbare school.

We konden niet meer vragen: “Wanneer kom je terug?”

We waren er zelf niet meer.

“Hoe gaat het met u?”

“Goed hoor, schat”.

We zagen haar toen we uit gingen in de grote stad.

Ze was alleen.

Ze klonk niet meer als onze juf Caroline.

Haar stem was kwetsbaar en klein.

Ze droeg een zonnebril.

Ook in de winter droeg zij haar zonnebril.

Haar sjaaltje was rafelig en vies.

Haar lange blonde haar hing in slierten om haar magere gezicht.

Ze droeg een stapeltje kranten op weg naar de supermarkt.

Juf Joke was juf Wendy geworden en meester Steven kwam.

We lazen het in de krant.

Het dorp sprak er schande van.

De kerkklok luidt.

Wij lopen nog één keer achter haar aan.  

In een lange rij.

Zo wilde zij het.