7. okt, 2016

Mijn brein is in de war.

 

Mijn brein was gisteren aardig in de war. Het is een hele rare gewaarwording om bij volle bewustzijn te constateren dat je in de maling genomen wordt door je eigen hersenen.

Gisteren moest ik voor een kijkoperatie naar het ziekenhuis. De meniscus in mijn rechterknie vertoonde ouderdomsverschijnselen. Ik heb nog voorgesteld om die schijf te laten botoxen maar de orthopeed vond het een beter idee om de rafelige randen van de gescheurde meniscus weg te knippen. En daarvoor moet je naar het ziekenhuis en daar nemen ze je brein in de maling.

Dit ziekenhuis bezocht ik 10 maanden geleden voor een iets grotere ingreep. De opname voor deze keer was op dezelfde afdeling als toen en daar start het in de war brengen van mijn brein. Als alle omstandigheden precies gelijk waren gebleven dan zou er geen verschil in tijd geweest zijn. Dus “tijd” doet zich in je hersenen pas voor als je veranderingen constateert.

De opnamezaal was één nummer verder, het verplegend personeel zag er, op de witte jassen na, anders uit, dus ik ervaar een verschil in tijd. Daarna verdwijnt de beleving van tijd even. Het operatiekleed dat ik moet aantrekken is niet onderhevig aan de laatste modetrends, het bed wordt op dezelfde manier bediend en de bel om aan te geven dat ik naar het “heilige-der-heiligen” gereden mag worden heeft dezelfde toon.

Tijd verdwijnt.

De voorbereiding voor een kleine ingreep, verschilt in het “heilige-der-heiligen” niet van de voorbereidingen voor een grote ingreep. De plakkers komen op dezelfde plekken op het lijf en piepen op dezelfde manier als alles aangesloten is op dezelfde apparatuur. Dezelfde glimlach verschijnt aan mijn bed om mij gerust te stellen en diezelfde glimlach jenst ook een naald in mijn  hand met dezelfde slangen en vloeistof eraan vast. Dezelfde blauwe jassen lopen af en aan om de komende en gaande patiënten-file te begeleiden. Tijd is verdwenen en ik heb moeite om te blijven zien dat ik er nu niet de “vorige” keer ben. Op het moment dat er aan mij gevraagd wordt om met mijn benen over de rand van het bed te gaan zitten voor de ruggenprik raak ik, zwaar door mijn brein in de war gebracht, een beetje in paniek omdat mijn geheugen overuren maakt en ik het verschil in tijd tussen het gerommel aan mijn rug 10 maanden geleden en nu, niet meer kan ervaren. De rug is hetzelfde, de prik is hetzelfde dus zal het ook wel op dezelfde manier als de vorige keer een beetje “mis” gaan. Dan wordt mijn brein gereset. Een nieuwe ervaring wordt eraan toegevoegd en het geheugen maakt plaats voor deze nieuwe ervaring. De ervaring van: ”Dat viel best wel mee”.

Met de verdovingsvloeistof in mijn lijf heb ik precies 10 seconden om in gestrekte houding op het bed te komen liggen omdat daarna mijn benen niet meer reageren op de prikkels vanuit mijn hersenen. Ik lig met opgetrokken benen op het bed en daarna horen mijn benen niet meer bij mij. Mijn brein wordt zwaar voor de gek gehouden. Ik zag mijn benen opgetrokken op het bed en dat is ook precies zoals ik mijn benen de komende 3 uur ervaar. Bij alles wat er daarna aan mijn knie gebeurt klopt er niets meer tussen mijn visuele waarneming en het gevoel dat mijn geheugen heeft opgeslagen.

Dit is een operatie waarbij je mee kunt kijken via een monitor naar de kundige verrichtingen van de orthopeed. Naast het bed waar ik op lig wordt een breedbeeldscherm neergezet zodat ik de gebeurtenissen binnen in mijn lijf kan volgen. Van te voren heb ik erover nagedacht of ik dat wel zou willen zien? Daar kon ik geen antwoord op geven omdat alleen de aanname mij advies gaf en niet de ervaring en dan kies ik liever voor het opdoen van een nieuwe ervaring. Kijken dus! Omdat ik geen herinnering heb aan de binnenkant van mijn knie  en het beeld gescheiden is van de werkelijkheid door een groot groen doek, krijgt mijn brein niet het signaal dat de beelden horen bij mijn lichaam en zijn ze dus prima om aan te zien. Er wordt op geen enkele wijze een koppeling gemaakt met “mijn” en “pijn”. Ik heb wel een herinnering aan mijn been en als de orthopeed mijn been hoog optilt om deze van alle kanten in te smeren met jodium en ik mijn been zie zweven terwijl mijn been volgens mijn brein nog op het bed hoort te liggen, maakt de aanblik van mijn eigen been mij heel erg misselijk. Redeneren helpt niet. Liefdevol kijken naar een lichaamsdeel dat ik al 50 jaar van haver tot gort ken, helpt al helemaal niet. Ik draai mijn hoofd om voor mijn eigen been. Het moet niet gekker worden.

Dat wordt het gelukkig ook niet. Maar de spanning moet er wel even uit en onder 4 hele warme dekens hoop ik dat mijn brein de boel gauw op orde heeft en het geschud in mijn lijf snel zal stoppen.

De vriendelijke glimlach ziet een traan en vraagt al even vriendelijk als de vorige keer of het wel gaat. Het gaat steeds beter. Ik voel namelijk dat de balans in mijn hoofd zich in hetzelfde tempo herstelt als de verdovingsvloeistof uit mijn lijf verdwijnt.

Mijn brein lijkt de balans weer te vinden.

De vraag die overblijft is: “ Welke balans wordt er dan gevonden?” en daar ga ik lekker een lang weekend met mijn eigen, liefhebbende, filosoof over nadenken, terwijl mijn been en brein weer op een normale manier communiceren met elkaar.