19. aug, 2016

Wandelen in het groen.

Wandelen in het groen.

Sinds vandaag horen wij ook officieel bij de wandelaars in de Vulkaan Eiffel. Wij komen hier graag maar keken van een afstand naar al het natuurgeweld hier om ons heen en hoorden dan ’s avonds de verhalen aan van de wandelaars. De wandelaars hier lopen met gemak en met een rugzak op vele kilometers door de heuvels. Ik heb hoogtevrees en begin al te duizelen bij de eerste traptrede in mijn eigen huis. Ik bekijk de heuvels dus graag vanaf een stabiele lage grond en heb mateloze eerbied voor iedereen die deze heuvels zonder angst en beven bewandeld.

Vanmorgen stond ik op met het idee dat als mijn hersenen mij zo besodemieteren als ik op een verhoging kom te staan, er maar één redmiddel is en dat is dat ik die grijze massa terugpak. Ik wilde de heuvels in omdat ik ook bij de wandelaars wil aanschuiven en spannende verhalen wil vertellen en omdat ik er tabak van heb dat er iets is dat mij belemmerd in mijn bewegingsvrijheid. Mijn gezin onderwerpt zich altijd zeer gewillig en onderdanig aan mijn plannen dus bepakt met een overlevingspakket bestaande uit cup cakes, drie broodjes en een fles water, wandelden wij de heuvels in.

Je kunt hier een wandeling maken waarbij je in de maling genomen wordt wat betreft de hoogte. Met een grote slinger loop je om de heuvel heen en je hebt nauwelijks in de gaten dat de weg voortdurend omhoog loopt. Na een kleine drie kilometer en het verorberen van ons overlevingspakket was het genoeg. De route gaf aan dat er nog minstens 6 kilometer te gaan was maar ons kind jammerde al bij stap 1 en dan is 2,5 kilometer al een lijdensweg. Ons overlevingspakket bevatte geen mobiele gps apparatuur, geen kompas en geen wandelkaart. Er was wel een bewegwijzeringsbordje, maar daar stonden dus de 6 kilometer nog op. Langs de weilanden liep een karrenspoor dat er verdacht veel uitzag alsof je daar ook prima kon wandelen. Het spoor leek ons ook nog niet eens zo buiten’sporig’ te lopen en met het bekijken van het mos op de bomen kwamen wij tot de conclusie dat we misschien wel eens per ongeluk een pad hadden gevonden dat we konden gebruiken om onze route flink in te korten. ( Wij zijn avontuurlijk ingesteld en vinden het uiteraard helemaal niet erg als we verdwalen en alsnog 10 kilometer moeten lopen met een gebrek aan water en een jengelend kind.) Het pad liep ook weer glooiend omhoog en komt uit bij een bankje waarop je al zittend over het dal kunt kijken. Pas daar werd mij duidelijk dat wij de top van heuvel bereikt hadden en inmiddels aardig in hoogte waren geklommen. Bij die constatering komt iemand met hoogtevrees niet meer voor- of achteruit. Tijd om de hersens te bedriegen en de matra’s tevoorschijn te halen. ‘Het is niet hoog’, helpt één meter. ‘Ik ga niet vallen want het pad is 2 meter breed’, is goed voor de tweede meter. Nog 300 meter te gaan in mantra’s en afdaling. Naar links kijken en het uitzicht vermijden, bleek de beste manier voor de overige meters.

De angst voor hoogtes, het verdwalen en de weerwolven werd als sneeuw voor de zon weggenomen door Alexander die ineens riep: ‘Hé, ik weet waar we zijn! Volg mij maar mam. Het is niet ver meer. Kijk zo meteen komen we bij een poeltje en daar is dan bijna de weg.’ Alexander sprak alles met een vastberadenheid uit waar niet aan te twijfelen viel. Zelfs niet door Peter en mij. De volgende 2,5 kilometer was hij volkomen ‘in controle’. Hij nam de leiding over en vergat spontaan te zeuren over knellende schoenen, gebrek aan water en snoepjes en vriendjes om mee te spelen. Alexander snapte zijn missie en bracht zijn vader en moeder veilig thuis. Peter en ik zijn ineens ook een stuk wijzer….Wij moeten niet voortdurend de leiding willen nemen maar kunnen best dat kleine kereltje ook eens ‘volgen’.