11. aug, 2016

Eeuwigdurende vriendschap

Eeuwigdurende vriendschap.

Op de lagere school had ik een beste vriendin. Ik ontmoette haar in de eerste klas toen ik mijn onzekere eerste stappen zette in de klas van juffrouw van der Werf. Ik was onzeker omdat ik ten opzichte van mijn klasgenoten een valse start maakte. Ik kwam namelijk pas later op school omdat ik eerst een half jaar in het ziekenhuis had gelegen omdat er in mijn rug iets grondig mis was. Met een rechte rug het nieuwe avontuur dat ‘lagere school’ heette tegemoet treden, kon ik niet. Ik liep in een korset en was bijzonder wankel in mijn stappen. In alle opzichten. De kinderen in de klas kenden elkaar al en leerde mij kennen als Jannie-waar-je-niet-ruig-mee-kon-spelen, omdat ik niet mocht vallen. Dat betekende dat de vlotte leerlingen die al aan het oefenen waren voor Olympisch goud op de sporten ‘rennen over het schoolplein’ en ‘tikkertje’ aan mij voorbij gingen. Bij de rustige types zat mijn lagere schoolvriendin. Zes lange jaren liepen wij gelijk op en kwamen wij bij elkaar over de vloer en nodigden wij elkaar als eerste uit op onze partijtjes. Echte vriendschap dus. Hoewel mijn lijf langzaamaan ook mee kon gaan doen met de schoolsporten en ik soms al een keer het snelste meisje van de klas eruit sprong met touwtje springen, bleef zij mijn allerbeste schoolvriendinnetje en leek onze verbintenis voor eeuwig. Die eeuwigheid bestreek helaas alleen onze lagere schoolperiode. Onze ouders kozen voor andere middelbare scholen en wij verloren elkaar uit het oog. Wij konden geen contact meer houden want onze moeders hielden de telefoonrekening scherp in de gaten en andere vormen van social media bestonden nog niet.

In de tweede klas van de middelbare school ontstond een nieuwe vriendschap die uitgroeide tot beste vriendschap met de nieuwe verwachting van eeuwigdurend. In de jaren dat ik puberde, leerde roken en de eerste jongen zoende, stonden wij aan elkaar zijde en deelden lief en leed gedurende weer zes hele lange jaren. Daarna trof ook deze vriendschap het lot van scheidende wegen. Wij vulden onze levens met de mannen die wij gedurende onze middelbare schooltijd ontmoet hadden, maar het tijdstip waarop wij ons vermenigvuldigden lag zover uit elkaar dat de gesprekken niet meer op elkaar aansloten als wij elkaar zagen. Luiers verschonen en een carrière opbouwen is in de praktijk van alledag al een moeilijke opgave om binnen één gezin voor elkaar te krijgen, laat staan dat een vriendschap daartegen bestand is. Toch bleef ik geloven in eeuwigdurende vriendschap alleen was ik deze nog niet tegengekomen. Ook in mijn studententijd vond ik wel vriendschappen maar niet de eeuwigdurende. En mochten die vriendschappen wel de pretentie hebben gehad “eeuwigdurend” te kunnen zijn dan heb ik het zelf verprutst door mij niet als beste vriendin te gedragen.

Toen begon ik met werken in Amsterdam. De Christelijke Meao was de school waar ik als beginnend docent geworsteld heb met alle uitdagingen waar een beginnend docent voor komt te staan en daar liep ook ‘zij’. Een beetje een rare snuiter die in mijn ogen alles deed wat God en mijn docenten tijdens mijn opleiding, mij verboden hadden om te doen voor de klas. Zij deed het wel! Haar uitdagende manier van opereren had zo een ongelofelijke aantrekkingskracht op mij dat ik mij stortte in het contact maken met haar. Ik wilde weten wie zij was en waarom zij ‘durfde’. Alles wat ikzelf ook wilde durven maar waar mijn Calvinistische opvoeding nog in de weg zat. Zij was het stukje dat ik in mijzelf miste.

We zijn 28 jaar verder. 28 Jaar is geen eeuwigheid, maar we zijn al wel een heel eind op weg. Onze levens hebben stormen moeten doorstaan en zijn aan veel veranderingen onderhevig geweest. We hebben samen geleerd wat het is om voortdurend afscheid te moeten nemen. We namen afscheid van onze werkplek. Onze rol als docent hebben we tijdelijk verruild voor alles waarvan wij dachten dat het een hoger doel kon dienen om daarna samen weer te concluderen dat wij maar voor één doel in de wieg gelegd zijn; doceren. Verschillende mannen mochten aan onze zijde staan en wij kregen kinderen die nu hun eigen koers bepaald hebben en waar wij afscheid van genomen hebben in onze rol als opvoeder. Wij hebben afscheid genomen van onze eens zo goddelijke lijven en leren samen dat we met kreukels ook best nog heel aantrekkelijk zijn. Wij willen graag afscheid nemen van onze onzekerheden en de wereld  tegemoet treden met alles dat wij elkaar de afgelopen jaren hebben geleerd. We weten dat we ‘in the end’ ook afscheid moeten nemen van de ware liefde die we eindelijk allebei gevonden hebben.

Er is maar één afscheid dat aan ons voorbij zal gaan. Wij nemen nooit afscheid van onze 'eeuwigdurende' vriendschap.