13. apr, 2016

Een halve eeuw.

50.

Toen ik jong was leek de leeftijd van 50 jaar mij heel erg oud. Ik rekende in mijn tienerjaren regelmatig uit hoelang dat nog zou duren eer ik 50 was en die leeftijd lag heel ver in de toekomst. Met blijdschap constateerde ik dat 50 nog heel erg ver weg was. Het jaar 2016 had een Star Trek-achtige futuristische uitstraling. Op mijn 25e werd ik voor het eerst moeder. Het rekenen zit van nature in mij en dus stelde ik me ook met regelmaat voor hoe het zou zijn als ik 50 was en mijn oudste zoon bijna 25 jaar. Onvoorstelbaar ver weg en onvoorstelbaar hoe dat zou zijn. Een volwassen zoon en een stokoude moeder.

De 50 heeft in de loop der jaren ook een soort magie om zich heen gekregen. Hoewel ik bij mijn zwagers kon afkijken wat deze leeftijd met zich mee kan brengen, bleef ik toch het gevoel houden -als oudste in een gezin van 5 - dat ik als eerste over de streep zou gaan. En die streep is zwaar getrokken in ons gezin. Een dikke vette finish is het geworden toen mijn moeder overleed op 49 jarige leeftijd. Haar overlijden ligt inmiddels in een ver verleden maar de streep is er niet minder om geworden toen de vader van mijn kinderen de 50 ook niet kon halen en met 48 jaar afscheid nam van dit bestaan. De dood. Zo nadrukkelijk aanwezig rond het 50e levensjaar. In mijn hoofd heeft zich de overtuiging gesetteld dat als ik de 50 zou halen, ik het leven een poepie had laten ruiken.

Het leven houdt van uitdagingen, heb ik geleerd. In december zei het leven tegen mij: “Kleine test hoe je er nu nog in staat. Ik leg je even plat in het ziekenhuis en zie maar hoe je dat gaat ervaren.” De afdeling waar ik terecht kwam was de afdeling waar mijn moeder haar laatste dagen doorbracht toen ze 49 was en niet verder kon. Het leven had me daar ook neergekwakt op mijn 49e. De prognose was bij mij totaal anders en het vooruitzicht dat het leven eindig zou zijn, totaal niet aan de orde. Ik kreeg wel de tijd om over kwetsbaarheid en eindigheid na te denken.  Op een kamer die ik gelukkig niet hoefde te delen met een andere patiënt – ik ben sociaal compleet gestoord als ik lichamelijk iets mankeer- en zonder de nodige afleiding, was er dus alleen “ik” en mijn “gedachten”. Die twee hadden een zeer slechte verhouding en spraken niet met elkaar. Zo dominant als de vraag van het leven was op dat moment, zo totaal stil was het antwoord. Niets. Geen goeroe-achtige inzichten of verlichte momenten. Het enige licht dat scheen waren de tl-buizen aan het plafond en af en toe het flikkerende licht van een verdwaalde ouderwetse tv die me meer in de weg zat dan het verblijf enigszins leek te veraangenamen.

De 50 halen zou mij de status van wijze Sjamaan moeten opleveren. Althans, dat leek mij wel een nuttige invulling voor tijd die nu voor mij ligt. De battle is immers in mijn voordeel uitgevallen. Ik sta toch een aanzienlijke hoeveelheid punten voor nu. De wedstrijdreglementen zijn me alleen totaal onduidelijk geworden en aan welke wedstrijd ik deel neem weet ik eerlijk gezegd ook niet zo goed.

Over 3 dagen ben ik 50. Dat de 50 verleden jaren voorbij gevlogen zijn is ook niet waar. Het was best een godsallemachtig lange tijd en toch heb ik een hardloopwedstrijd gelopen met een fantastische snelheid.

De status: Mijn oudste zoon van bijna 25 is groot en volwassen. Als ik naar hem kijk zie ik nog vaak dat kleine, lieve baby’tje. En ik? Ik ben zijn nog lang niet “oude” moeder.