27. jan, 2016

Gemeentegangsters

Nederlands staatsburgerschap.

Nederlands staatsburger word je niet zomaar. Daarvoor moet je een zeer ingewikkelde opleiding volgen. Leerjaar 1 is een oriëntatiejaar op de website van de gemeente waar je woont. In  leerjaar 2,3 en 4 leer je omgaan met de medewerkers van het gemeentehuis.

In dit van bureaucratie aan elkaar hangende kleine, nog-net-niet-onder water-gelopen pislandje, moet je een opleiding doen om je weg te vinden door allerlei regels. Regels die bedacht zijn door mensen die tijdens het bedenken van de regels, een telefoontje hebben gekregen van hun vrouw dat zij er vandoor is met een ander. Don’t blaim her.

Alexander heeft een nieuwe identiteitskaart nodig. De oude is verlopen. Dat betekent dat je tussen wal en schip raakt. Zoals je bestaansrecht pas geldig is met het aanvragen van een BSN nummer, zo verloopt dat met de zelfde rotvaart na 5 jaar.

Het bestaansrecht dan.

Dat BSN nummer achtervolgt je de rest van leven. Ik ken het uit mijn hoofd en bij burgerlijke instanties stel ik mezelf tegenwoordig voor met mijn nummer.

“Hallo, ik ben nummer 236548965”, dat zoekt toch veel makkelijker en dan leren die ambtenaren ook meteen wat de inhoud van het woord efficiency in het echt betekent.

De moed is mij in de schoenen gezakt. Het woud der voorschriften is een ware jungle en ik ben mijn kapmes vergeten. Tot vandaag. Ik heb het hoofd van de baliemedewerkster keurig netjes gekapt. Kort en opgeschoren in de nek.

Mijn vorige bezoek aan het gemeentehuis was niet goed genoeg. Ik had keurig de nieuwe pasfoto’s bij me van Alexander met nieuwe kuif. En, niet vergeten, zijn verlopen ID-kaart. Het kind was er ook bij. Helaas! Bij de balie bleek dat ik een toestemmingsformulier nodig heb en de mevrouw achter de balie snerpte in mijn oor dat dit formulier alleen geldig is als ik de beide originele ID-kaarten van de ouders kon laten zien. Geen kopie.

Dat is een eitje. Dat kan ik regelen. Ik vul het formulier in en kaap de ID-kaart van Peter mee en klaar is Kees, of Jannie in dit geval.

Vandaag ben ik in een efficiënte bui. Het gemeentehuis is om de hoek bij de judoschool. Kind bij judo, mama met paperassen op zak naar het gemeente huis. Ik voel me blij want ik heb immers voldaan aan alle voorwaarden, ik leef nog en ga dit tentamen “verlengen van een ID- kaart” op mijn sloffen halen.

Gezakt.

Niet gehaald. Ik ben een totale mislukking. Kind niet mee! Hoe kon ik zo dom zijn.

‘Waar is het kind?’

‘Niet hier.’

Mijn privéleven gaat de mevrouw achter de balie geen donder aan.

‘Ik heb het kind mee op papier, foto’s, oude ID, handtekeningen van papa en mama, ID van papa en mama, wat wil je nog meer?”

‘Het kind moet mee.’

‘Hoezo?’

‘Het is een persoonsgebonden bewijs en dan moet het kind mee, ook bij het afhalen.’

 Ik kreeg, aangestoken door haar snerpstem, de smaak ook aardig te pakken.

‘Leg me nu eens uit waarom het kind mee moet als hij nog lang geen legitimatieplicht heeft? Ik ben zijn wettelijke vertegenwoordiger, ik heb hem geworpen, sterker nog, IK gaf hem het leven en niet dat kutnummertje van jullie en ik kan mij legitimeren. What’s your problem lady? WAAROM?’

‘Als u voor een geregistreerd partnerschap komt, mag u ook niet met een kopie langskomen.’

Briljant!

Briljant antwoord. Natuurlijk kom ik voor een geregistreerd partnerschap wél met een kopie langs. Ik ga toch mijn leven niet delen iemand in levenden lijve. Dat doet zij ook niet. Dat kan niet.  Dat houdt geen man vol. Zoveel dominante wijsheid. Zij heeft een kopietje van zijn ID-kaart in haar bed liggen. Illegaal. En daar straft zij nu iedereen voor. Ik heb suïcidale neigingen gekregen maar bedenk me dat ik haar daar niet mee raak. Ik laat mezelf nog even onder de koude douche van haar geklater staan.

‘U heeft het op de website kunnen lezen.’

De intonatie van deze zin doet vermoeden dat zij serieus van plan is je te kidnappen, dan te ontdoen van al je edele delen en je daarna voor dood achter te laten. Ik moet nu maken dat ik weg kom. De dreiging wordt te groot. Code rood stoomt mij achter de balie tegemoet.

Ik vraag wel een herkansing aan.