12. jan, 2016

Ik lig eruit

Maandag 11 januari 2016

Ik lig eruit.

 Uit school. Uit huis.

En ik lag erin, in het ziekenhuis. Een disfunctioneren van het lijf.

Out of order.

Letterlijk.

Een enorme niersteen heeft het systeem plat gelegd.

De niersteen is weg. De nier ook. Ik heb er wel iets bij: een mooie ritssluiting. Frontaal aangezicht. Verticaal over de buik.

Dat is waarom ik er even uit lig. Even geen school.

Maar thuis lag ik er ook uit en dat doet hele rare dingen met je. Plat op de bank aanschouwen dat de man het ook kan.

Huishouden.

Alles.

 En nog beter ook.

Een vijandige overnamen van het fort. Jaren lang heb ik het leeuwendeel van het huishouden op mij genomen. Peter kon niet veel mee helpen. Geen onwil maar wel slaapapneu. Sinds 2 jaar slaapt hij met apparatuur die voorkomt dat hij stopt met ademen ’s nachts. Eerst dacht ik nog dat de ademstops iets te maken hadden met mijn adembenemende nachtelijke schoonheid. Mijn supergeile flanellen pyjama die hem de adem benam. Mijn innemende zachte lieve rochelsnurkje dat zo aandoenlijk klonk dat Peter spontaan stopte met ademhalen. Slaapapneu. Dat heeft niks te maken met liggen naast de liefde van je leven. Dat heeft stom te maken met tekort aan stofjes in je hersenen. En het maakt je moe, grenzeloos moe, uitgeput.

Maar nu niet meer. Sinds Peter drie weken heer en meester over het fort mocht zijn, bruist er een nieuwe energie door zijn aderen die zijn weerga niet kent. Dravend ging hij door het huis van aanrecht om een driegangen menu in elkaar te draaien naar de zolder om de was minutieus te strijken en met een uiterste precisie in de kasten te leggen. En alles werd voorzien van de beweeg redenen: ”Ik heb de plankjes van de badkamer even opgeruimd want het was erg rommelig, ”Als je in de keuken komt dat heb ik nu die zakjes gelegd in bakjes en het bovenste kastje heeft een nieuwe indeling, dan kun je de spullen makkelijker vinden”.

“Peet, ik strijk nooit de broeken”

“Nou ik wel, dan ziet het er netjes uit”

Ik dacht dat ik moest aansterken na die zware operatie. Niet opgezadeld worden met een minderwaardigheidscomplex waar 15 jaar lang therapie nog geen oplossing voor gaat bieden. Heb ik het nu echt al die jaren zo slecht gedaan? Ik ben slordig, dat is zeker waar, maar zo slordig toch ook weer niet dat er een hele reorganisatie van het huis nodig is.

Terecht zegt de man, nadat ik al mijn frustratie in bewoordingen heb gelegd die niet voor herhaling vatbaar zijn: “Dat is jouw verhaal, niet dat van mij. Ik kan prima huishouden en doe het op mijn manier”.

 

Ja daar ben ik ook echt heel dankbaar voor, maar mag het ietsje minder perfect?