12. jan, 2016

De witte jassen brigade deel 1

12 januari 2016

De wapperende witte jassen brigade deel 1.

Een ziekenhuis is een subcultuur. Net als alle hondenbezitters bij elkaar en de moeders bij het schoolhek van iedere basisschool.

Om de subcultuur van het ziekenhuis te begrijpen moet je zwaar ziek zijn. Dat ligt niet in mijn planning maar ik kan natuurlijk wel iets faken en even voor half dood in een ziekenhuisbed gaan liggen. Stiekem. Als anonieme observant van de wapperende witte jassen brigade.

Helemaal anoniem lag ik er niet.

Ik heb een hekel aan protocollen maar om fatsoenlijk in een ziekenhuis terecht te komen moet je je onderwerpen aan protocollen.

Dat begint met een intake gesprek. Gewapend met medische feiten ging ik naar het intakegesprek. Omdat ik niet de enige was die ingetaked werd duurde het uren voor ik opgeroepen werd voor mijn interview. En als ik uren moet wachten dan gebeurt er iets in mijn systeem. Na de transformatie tot patiënt die zich voltrekt binnen een seconde als je de deuren van een ziekenhuis binnenloopt, is het volgende waar ze je daar gewoon echt ziek mee maken; het wachten.

De deur van de intake verpleegkundige wordt na 2 uur wachten een heilig object. Als hij opengaat wordt dan mijn naam genoemd? Dat is het enige dat dan nog telt. Al het andere valt weg. Wie je bent, wat je in het dagelijks leven doet, met wie je het doet en hoe je je al vermenigvuldigd hebt is van ondergeschikt belang. Noemen ze mijn naam? Bijna mantra-achtig en volledig in het nu, zat ik te wachten.

“Mevrouw Mosk?”

“Mevrouw Mosk?”

Teveel in het nu. Ik schrok gewoon en moest dat even verwerken.

“Komt u binnen. Gaat u zitten. Ik ga u een paar vragen stellen en ik heb vandaag een stagiaire.”

“oh, okay”

Als ik zolang moet wachten ben ik bijna hersendood. Alsof ik wakker moet worden uit een coma.

De derde vraag: “U gebruikt geen alcohol?”

“Nee”

Stilte. Spontane verwarring bij mij. Is dat niet goed, geen alcohol gebruiken? Had ik hier moeten liegen? Lig ik er nu uit?

Tegen de stagiaire: “Ja ik wacht altijd even na deze vraag want dan blijkt dat alcoholconsumptie op feestjes en partijen niet meegerekend zijn.”

Stilte.

“oh, U gebruikt echt geen alcohol”

De teerling is geworpen. Ik ben volledig ontwaakt uit mijn coma en beantwoord de vraag of er hobby’s zijn waar het ziekenhuis rekening mee moet houden met: “Ik rij paard.”

En ik verwacht een bak stro als het stomme beest op ziekenbezoek komt.

De volgende interviewer is de anesthesist. Ik verklaarde zijn deur tot vloekobject na weer een half uur wachten. Een kleine man doet open en kijkt mij bij het handen schudden niet aan. Op het commando “Zitten”, daal ik neer en hij kijkt mij nog steeds niet aan.

“U komt voor een nier tumor?”

Godverdomme, zie je wel. Ze hebben belangrijke informatie achter gehouden. Ik ga dood. En het laatste contact dat ik op deze aarde heb is met dokter Bernard.

Ik vraag aan dokter Bernard of hij wel eens naar de serie House kijkt?

De dokter reageert geschokt.

Als je niet van poliklinieken draaien houdt, doe het dan niet.

Na mijn doodsverklaring en de zware beoordeling van mijn non-alcoholisme, loop ik inwendig triomfantelijk het ziekenhuis uit.

1-0 voor mij.