15. mei, 2019

 

Lente allitereert met liefdevol, licht en leven. Niet in onze tuin. Lente betekent in onze tuin: Oorlog.

Kennelijk hebben de mussen en merels aan het begin van de lente iets gedaan dat met liefde en leven te maken heeft. Er is druk gepaard en gebouwd aan nieuwe villa’s. Onder de dakpannen hebben de mussen een rijtje eengezinswoningen. Voor de bouw hebben ze overvloedig materiaal in onze tuin kunnen vinden in de vorm van hondenharen. Hun huizen onder de dakpannen hebben naar alle waarschijnlijkheid de inrichting van de bungalows op een vakantiepark. Allemaal hetzelfde. De mussen gebruiken de dakgoot als landingsbaan en dan zijn ze het spoor even bijster. Er wordt altijd gewacht in de dakgoot voordat ze onder een dakpan verdwijnen. Dat heeft natuurlijk te maken met het ontbreken van onderscheidend vermogen in de inrichting van hun huis.  

Het merelpaartje heeft het alleenrecht op de verdichting in de bruidsluier. De bouw van hun luxueuze villa is geheel aan ons voorbij gegaan. In alle stilte heeft zich een proces voltrokken dat een ingewikkelde constructie als eindresultaat heeft. Ik kwam er pas een paar dagen geleden achter dat zij hun nest ergens verstopt hadden in onze tuin. Het viel me op dat de merels wel erg vaak met een bek vol wormen op de rand van de schutting uitrusten om dan te verdwijnen in de bruidsluier. De taken worden afgewisseld. Het merelpaar heeft het zo druk dat de gezinsuitbreiding gigantisch moet zijn. Voorzichtig speurde ik naar een gat ik de bruidsluier. Je moet nog verdomd goed zoeken naar een nest. Het ligt diep verscholen en lijkt ogenschijnlijk helemaal leeg. Totdat er voedsel in aantocht is. Dan zie je net over de rand een heleboel  kleine snavels tevoorschijn komen. Het lijkt alsof je dat spelletje speelt waarbij je met een hengel, plastic vissen moet vangen uit een speelbord. Het speelbord draait automatisch rond en willekeurig openen de plastic visjes hun bek. Als je op tijd je hengel met magneetje boven een visje hangt heb je beet. Zo ziet dat eruit in het merelnest. Dat er uit die foeilelijke kuikens een vogel groeit die elegant vliegt, een villa bouwt en ook nog area’s zingt zonder valse noten, lijkt een godswonder en dat is het.

Maar goed, al dat moois trekt ongewenste bezoekers aan. Ze schreeuwen, zijn groot, onelegant en hebben honger. Ook zij hebben monden te voeden en houden van grote stappen, snel thuis. In de vogelboeken kun je ze vinden onder de naam “ekster”. Is er iemand die mij de toegevoegde waarde van een ekster kan uitleggen? Ik zie alleen maar oorlogstuig in mijn tuin. Ze komen onverwacht tevoorschijn. Ze hebben zich verdekt opgesteld achter de stenen schoorsteen van de overburen. De spreeuwen zijn de verkenners. Zij schreeuwen de eksters toe dat er prooi in de buurt is en proberen de weg naar het doelwit vrij te maken door af en aan heen en weer te vliegen en te schreeuwen.

Het is moeilijk om de natuur zijn gang te laten gaan. De merels hadden het al zo druk en krijgen er nu ook nog een zware verdedigingstaak bij. Ik zal ze helpen en ga druk zwaaien met bezems om de vijand te verdrijven. Die eksters en spreeuwen halen een oerdrift in mij naar boven. Ik zal de kwetsbaren in de samenleving, al is het maar in een merelnest, beschermen tegen zinloos geweld.

Maar de merels zullen mij niet begrijpen. Zij zullen het gezwaai met de bezem misschien iets te persoonlijk opvatten. Zij zullen een veilig heenkomen zoeken en hun kroost aan het wrede lot van deze oorlog overlaten. Ik zal dan moeten toezien hoe de eksters het nest leegroven en de resten in mijn tuin gooien. Ik zal dan de resten van de baby-merellijkjes moeten oprapen en weg  gooien in de GFT afvalbak. Ik had ze bij het restafval willen gooien maar GFT staat voor Groente-, fruit-, en tuin afval. En laten we eerlijk zijn, deze merels zitten in mijn tuin en hun dode kroost is afval. Tuinafval!

Ik zal uiteraard per ongeluk één lijkje vergeten op te ruimen. Dat lijkje wordt gevonden door Alexander en dat is een heel gevoelig jongetje. Hij zal hartverscheurend huilen en panische angsten voor eksters ontwikkelen. Hij zal nachtmerries krijgen van eksters zo groot als de wereldbol, die hem uit zijn veilige bedje zullen halen en zullen voeren aan hun jongen. Hij zal om deze angsten kwijt te raken weer maanden, zo niet jaren iedere avond gaan zeuren of hij alsjeblieft in ons bed mag slapen. En zo worden dan óók nog een vader en een moeder uit hun veilige nest verdreven.

Ik heb een beter plan.

Ik laat de natuur zijn eigen balans zoeken terwijl ik buiten in de lentezonnestralen lekker een kopje koffie drink.

23. feb, 2019

 

We hebben afscheid genomen van één van onze honden. Ze leeft nog, maar ergens anders. Ons ‘bedachte’ ideale plaatje was in werkelijkheid een zware last. Er zijn tranen gevloeid toen duidelijk werd dat het voor ons gezin te zwaar aan het worden was; twee honden. Er is blijdschap over de rust van het hebben van maar één hond. Dat die stemmingen zo snel zouden wisselen had ik niet gedacht. Net zo als ik niet gedacht had dat twee honden verre van ideaal zou zijn.

We hadden alles van te voren bedacht. En het ‘leven’ bedenken heeft zo zijn beperkingen. Twee jaar geleden besloten we dat het voor onze eerste hond niet zo gek zou zijn als er een speelkameraad bij zou komen. Kuda kwam en samen sloopte de honden alles wat er buiten op de veranda te vinden was. De start was dus al een test. Ik ben opgegroeid met de moraal: “Wie A zegt moet ook B zeggen!” en dus belde ik in een wanhopige poging om het goede te doen, een gedragsdeskundige nadat onze laatste stoel ook onderworpen werd aan het sloopgedrag van de honden. Een simpele oplossing bleek te werken. De honden moesten moeite gaan doen voor hun voer. Het werkte direct en ik kreeg goede moed dat ik als Ceasar Milan II door het leven kon gaan.

Mees is onze lentehond. Hij loopt los en doet niets liever dan komen als je hem roept. Daar wordt hij heel blij van. Kuda daarentegen had andere plannen. Zodra zij de vrijheid, of de katten rook, vertrok ze voor een aantal uren. Ze luisterde naar niets of niemand meer. Het hele dorp is al ingeschakeld om haar weer van haar vrijheid te beroven. De bloemist heeft goede omzetten gedraaid van alle bossen bloemen die ik heb gebracht naar de redders van mijn hond. Loslopen met haar was een kansloze missie. Dus ging ik naar het bos. Ik ging heel veel naar het bos. In het bos bleken de bomen angstaanjagende figuren en liep Kuda ineens heel graag naast mij. Met de moraal in mijn achterhoofd, calculeerde ik de wandelingen in het bos in. Niet uit vrije wil maar omdat de hond het zo domineerde. Het kost namelijk veel tijd om naar het bos te gaan. Tijd die ik eerst graag kwijt was aan de honden maar die vaak ook als een druk begon te voelen. Van -ik mag naar het bos-, werd het vaak -ik moet nog naar het bos-.

Het wandelen in het dorp betekende dat ik in snel tempo vereenzaamde van andere hondenbezitters. Zij liepen graag een rondje om, om te voorkomen dat onze honden lieten weten dat ander gezelschap niet op prijs werd gesteld. Ik liep niet meer met twee honden tegelijkertijd. Dan maar één voor één. Maar goed, dan kon ik net zo goed naar het bos gaan want tijdwinst leverde deze manier van wandelen natuurlijk niet op.

Als klap op de vuurpijl liet de gezondheid van Peter het ook niet meer toe om in alle vrijheid en blijheid te genieten van de wandelingen. Het werd voor hem iedere dag een opnieuw een uitdaging.

En zo druppelt langzaam de zwaarte binnen. Het besef komt daar traag achteraan. Als rasechte moralisten, verzetten wij ons in eerste instantie hevig tegen de meest voor de hand liggende oplossing. Doe één hond weg! Alsof ik van plan was om een stuk speelgoed dat niet bevalt terug te brengen naar de winkel. Ik piekerde er niet over. Geen haar op mijn hoofd om zo om te gaan met levende have waar ik mijn verantwoordelijkheid voor had genomen. Het duurde een half jaar. Toen kwam het woord “gezinsrust” voorbij. Mijn vriendin riep het: “Jan, kies voor gezinsrust!” Dat woord is zich gaan settelen in mijn brein en later in heel mijn systeem. Op een gegeven moment ontdekte ik dat ‘kiezen voor de gezinsrust’ het overgenomen had van alle andere moralistische overwegingen.

En nu na nog een half jaar wachten op een geschikte plaats, is ze weg. Niet weg-weg dus maar gewoon ergens anders. Het gaat haar goed en ons ook. De hoge golven van de moeilijke beslissing zijn aangespoeld op het warme zand en daar, in de warme zon, genieten we ervan dat iedereen het nu ‘goed’ heeft.

 

3. jan, 2018

De laatste weken van het oude jaar vind ik ‘unheimische’ weken. Het dorp waar ik woon, vervreemd in deze tijd van het jaar van mij. Ik kom veel buiten en zie alle veranderingen.

Het begint eigenlijk al in de herfst als ik afscheid moet nemen van de zomer. Hoewel ik de herfst een prachtig jaargetijde vind en de wereld in waarde zie toenemen omdat de natuur haar kleur verandert in goud, neem ik afscheid van het licht van de zomer. Lichte kleding, lichte schoenen, lichte vakantiedagen en  ’s avonds lang licht. Veel te snel neemt de tijd het licht weer van mij af. Ik neem het voor lief en aanschouw de gouden gloed die ik ervoor terug krijg. Dan start de opmars naar de donkere dagen. Mijn kleding wordt zwaarder. De schoenen worden laarzen, de lichte jas wordt een zware warme jas. Voor ik naar buiten kan om met de honden te wandelen, heb ik al een ingewikkelde verkleedpartij achter de rug. Het regent veel en ik zie water verschijnen op plaatsen waar ik een paar weken daarvoor nog ‘droog’ in het gras naar de voorbijtrekkende wolken lag te kijken. Overal in het dorp gaan de gordijnen weer dicht. Het dorp verdwijnt langzaam in een halve winterslaap. Wandelaars vervangen de natuur voor de tv. Hondeneigenaren lopen enkel nog de strikt verplichte meters met hun viervoeters. Het laatste blad valt. De  natuur is in rust. Het dorp lijkt dit voorbeeld te volgen.

Tot de dagen voor kerst aanbreken! De parkeerplaats voor de supermarkt wordt ingenomen door een oliebollenkraam. De overgebleven vakken worden buit gemaakt door de verkoper van kerstbomen en de plaatselijke kruidenier schreeuwt met zijn verlengde openingstijden dat er flink ingekocht moet worden omdat er misschien wel een hongerwinter dreigt. Hij verpakt het dreigement met hulst, ballen en kerstkransjes maar ik laat me natuurlijk niet gek maken. Als ik het “gehamster” aanschouw, zie ik duidelijk voortekenen van naderend onheil. Het onheil laat niet al te lang op zich wachten. Het komt uit de lucht en valt zwaar naar beneden. Met hele pakken tegelijk. Het dorp is er stil van. Het licht is een klein beetje terug en ’s morgens vroeg zet ik de eerste voetstappen op het witte kleed. Dat vind ik een leuk spelletje. Lopen op sneeuw waar nog niemand een stap gezet heeft. Overdag gaan de deuren even open en veegt het dorp de straatjes schoon. Had ik dat ook maar gedaan. Mijn straatje is verandert in een ijsbaan. Het is een hele kunst geworden om zonder vallen en opstaan met twee honden in het park te komen. Ik denk er net over na om mijn honden een slee-trek-training te geven, als ineens alles weer weggesmolten is. De temperatuur is van slag. Van -4 naar +8 is een sprong die tegenwoordig in één nacht gehaald wordt. Mijn stemming verandert in hetzelfde tempo als ik door de blubber mijn weg zoek naar het park.

Als het gesprek in het park verandert van de bijverschijnselen van smeltende sneeuw naar uitvallende kerstbomen, is het dorp ondertussen overgenomen door jongelui die een week te vroeg het oude jaar uit willen knallen. Voorzichtig zoek ik alternatieve routes om de rondvliegende rotjes te vermijden en mijn honden te behoeden voor ervaringen die zij een leven lang met zich mee zullen dragen. Ik verlaat het dorp. Buiten het dorp weet ik rustige uitlaatplekken te vinden.

Op oudejaarsavond blijf ik binnen. Ik kijk naar mijn twee honden en naar mijn glas champagne. Iedereen in het dorp laat op precies hetzelfde tijdstip van zich horen.

In de vroege ochtend op de eerste dag van het nieuwe jaar, loop ik alleen op straat. Het dorp verslaapt deze vroege uren. Naast mij kwispelen twee staarten. Ik ben ook blij.

Het dorp is even helemaal alleen van ons.

28. sep, 2017

De Postcodeloterij.

 

Ineens ben een groot fan van Youp van t Hek. Dat is niet waar. Ik ben wel fan, maar niet ‘ineens’. Het voelt alleen als ‘ineens’ omdat ik nu zelf geconfronteerd werd met een ergernis die hij al scherpzinnig aangepakt heeft.  Youp heeft immers op ludieke wijze de servicedesk van T-Mobile en daarmee alle service die voortvloeit uit de te naamstelling van de desks, flink aan de kaak gesteld. Hij verzamelde opmerkelijke verhalen van mensen en hun ervaringen met de service/helpdesk die je af en toe gewoon moet bellen. Helaas ben ik te laat met het inzenden van mijn verhaal. Dus ik neem maar de vrijheid om mijn ergernis op mijn eigen wijze wereldkundig te maken op het Wereld Wijde Web.

Al sinds 1993 betaalt Peter voor een lot van de Postcodeloterij. Inmiddels woont hij allang niet meer op het adres met de postcode die de loterij in haar systeem heeft staan. Er is nu ook spraken van “wij” en in die gezamenlijkheid, is er iedere maand weer het grote hopen op al die miljoenen pegels die wij als geen ander verdienen.  Dat is de enige echte reden dat wij meespelen met de Postcodeloterij. Dat de Postcodeloterij ook goede doelen steunt heeft in ons gedachtengoed geen enkele prioriteit, behalve dan dat het ‘mooi meegenomen is’. Het gaat om eigen gewin. Dat ‘eigen gewin’ is inmiddels heel erg veel ‘eigen verlies’ als je het geldbedrag zou weten,  dat Peter doorgesluisd heeft naar de Postcodeloterij en waar de Postcodeloterij ooit één keer een beker Ben en Jerry’s ijs tegenover heeft gezet (die Peter vergat te incasseren).

In tijden dat de balans opgemaakt moet worden, gaat de Postcodeloterij er als eerste aan. De Postcodeloterij wordt opgezegd. Dat staat er in vier woorden en duurt nu al vier hele dagen!

Ik bel het nummer van de Postcode loterij en kies optie 1 in het keuze menu. Optie 1 staat voor “opzeggen van loten”. Dan klinkt er een vriendelijke mannenstem die mij meedeelt dat alle medewerkers in gesprek zijn. De wachttijden zijn daardoor langer dan normaal. Ik weet niet wat de normale wachttijden zijn, maar na een kwartier, transformeer ik naar een geërgerde Youp van t Hek. Ik zal de Postcodeloterij ook een eens poepje laten ruiken als zij opnemen.

Helaas, zij nemen niet op.

De wachttijden zijn bij de Postcodeloterij ieder uur van de dag, langer dan normaal! Terwijl ik wacht hoor ik de vriendelijke mannenstem zeggen dat de Postcodeloterij diverse goede doelen steunt. Hij klinkt vriendelijk maar ik voel het schaamrood op mijn kaken verschijnen. Doordat ik mijn lot ga opzeggen, ben ik degene die ervoor gaat zorgen dat de kindertjes in Afrika omkomen van de honger. Ik ben verantwoordelijk voor de uitdrogingsverschijnselen van de slachtoffers van de droogte in grote delen van Afrika. Het hele inentingsprogramma van de UNICEF kan niet doorgaan omdat ik van plan ben om de deelname te beëindigen. Ik zak na uren wachten en luisteren naar dit verschrikkelijke manipulatieve bandje in een diepe depressie die gevoed wordt door heel veel schuldgevoel. Er is slechts een klein helder moment in mijn brein over en daar gaat gelijk een lampje branden.

Ik gooi de hoorn op de haak en bel opnieuw het nummer van de Postcodeloterij. Dit keer kies ik voor optie 2: Het kopen van Loten. Binnen 10 seconden heb ik een medewerker van de Postcodeloterij aan de lijn die mij vreugdevol als nieuw slachtoffer van oneigenlijke vermogensvervreemding wil verwelkomen. Dat dacht ik al!! Het rood op mijn kaken krijgt een andere betekenis. Ik ben woedend.

Ik schreeuw door de telefoon dat de Postcodeloterij een zware claim aan haar broek krijgt vanwege discriminatie. Als ‘opzegger’ van loten voel ik mij door de lange wachttijden zwaar gediscrimineerd t.o.v. de ‘kopers’ van loten. Ik leg hem nog uit dat ‘loten’ een genderneutraal woord is en dat ze daarmee van geluk mogen spreken. Ik gebied hem mij onmiddellijk door te verbinden met de afdeling die inmiddels met één been in het graf staat. Ik zal de Postcodeloterij net zo aanpakken als Youp, T-Mobile heeft aangepakt. Ik ben een ON-er (Onbekende Nederlander) die  binnenkort een hele grote BN-er (Bekende Nederlander) is. Ik zal in de Wereld Draait Door mijn verhaal zo aan Matthijs van Nieuwkerk vertellen dat hij niet de kans krijgt om er tussen door te komen. Ik zal bij Jeroen Pauw het verhaal in zijn oren hijgen, terwijl ik wulps over zijn tafel hang. Jeroen denkt daarna nog maar aan één vrouw. Aan mij!! Ik schakel Radar, de Consumentenbond en Kanniewaarzijn in om deze misstanden aan de kaak te stellen. Ik gebied de Koning om zijn loten op te zeggen uit solidariteit met het onderdrukte volk. Dan zal ik een nieuw register openen. Een register waar de samenleving op zit te wachten. Het stuur-me-geen-post-meer-van-de-Postcodeloterij-register. Daarmee heb ik dan meteen ook een groot milieuprobleem opgelost. Het scheelt per jaar miljoenen kilo’s aan papier omdat niemand meer post wil hebben van de Postcodeloterij.

Als dat allemaal niet helpt dan zal ik het nog grootser en meeslepender aanpakken. Ik zal mijn gezin verlaten en mij terugtrekken in een  Tibetaanse klooster om de zinloosheid van het bestaan, veroorzaakt door de Postcodeloterij, te doorgronden.

Ik kom er in dat Tibetaanse klooster ook wel achter aan welk goede doel ik, geheel uit vrije wil, mijn geld wil geven.

Ik heb de Postcodeloterij niet meer nodig.

Ik ben vrij van de Postcodeloterij!!!!

7. sep, 2017

Aanzwengelen.

Vroeger moesten oude auto’s aangezwengeld worden. Dat gebeurde handmatig met een slinger. Ik moet 's morgens na het opstaan ook aangezwengeld worden. Dat gebeurt ook handmatig. Door twee honden. Als je mijn ochtendritueel virtueel  zou vastleggen, kan de film goed doorgaan voor een komische slapstick.

Na het opstaan doe ik beneden de deur open voor de honden. Zij slapen buiten op de veranda en springen nog net niet door de deur heen als ze de ochtendgeluiden horen. Om schade aan de buitendeur zoveel mogelijk te beperken, moet de deur snel geopend worden. Om schade aan mij zoveel mogelijk te beperken, kan ik de deur beter dicht laten. Nog voor de deur helemaal open is, hebben de twee honden zich al een weg gebaand door de eerste de beste kier waar zij doorheen kunnen en word ik besprongen en afgelikt. Ik douche tegenwoordig niet meer.

Mocht je last hebben van een ochtendhumeur dan is er maar één remedie: Neem een hond. Een hond is namelijk altijd blij om zijn baas te zien. Voor een hond maakt het niet uit hoe je eruit ziet of welk humeur je hebt. Je wordt door een hond meteen gezien. Misschien is de hondentip niet voor iedereen met een ochtendhumeur op zijn plaats. Je ligt namelijk ook direct met je mooi gestreken blouse, gestrekt op de keukenvloer. Dan begint de wedijver tussen het enthousiasme van je hond en jouw ochtendhumeur. Tot nu toe winnen mijn honden.

Na het openen van de deur en het voeren van de honden, start hier weer een nieuwe aflevering van “Heel Holland Beweegt”. De honden moeten naar buiten en de gymnastiekles is begonnen. De grootste hond meldt zich rustig voor het aanlijnen en blijft geduldig wachten totdat ik de poort uitloop. De kleinste hond neemt de renners zodra  hij de lijn ziet en laat mij opwarmen in de tuin. Mijn rondetijden verbeteren in sneltreinvaart.

Als ik goed warm gelopen ben, begint de krachttraining. Aan iedere kant van mij loopt een hond die zich in de vroege ochtenduren van het commando “volg” niets aantrekt. Ze trekken daarentegen wel heel erg aan de lijn. De armen van Arnold Schwarzenegger zijn als satéstokjes naast die van mij.  Mijn stembanden worden wakker geschud omdat ik een stevig “volg” commando moet geven. De buren gebruiken dit signaal tegenwoordig als hun wekker. En dan ben ik nog maar aan de andere kant van de tuinpoort. Ik vlieg achter de honden aan naar het park en vraag me iedere ochtend af waarom de training op de hondenschool tijdens de eerste wandeling nog geen zoden aan de dijk zet. Ieder opvliegend blaadje, de nieuwe voorbijganger, andere honden, elke bewegende grasspriet, is voor mijn honden reden om mij te laten trainen aan de armspieren.

We lopen naar het grasveldje naast de sportschool. Daar laat ik de honden los. Ze rennen hard achter elkaar aan en rollen over elkaar heen. Ik zit op een hekje en kijk ernaar. Mijn cooling down.

De motor is aangezwengeld en loopt weer als een zonnetje.