10. aug, 2017

IJs tekort

Tekort komen.

Peter en ik zijn samen bezig met het opvoeden van ons jongste kind. Voor Peter is dit de tweede keer dat hij een poging doet om de maatschappij straks recht in de ogen te kunnen blijven kijken en voor mij is het de derde keer. Wij zijn ervaren opvoeders. Toch herken ik iets in de uitspraak: “Behaalde resultaten uit het verleden, bieden geen garantie voor de toekomst." Hoewel we al eerder met het bijltje gehakt hebben geeft dit jongste stukje hout regelmatig aan dat de bijl soms bot is. Gelukkig zijn er bij al onze kinderen ook overeenkomsten. Ze zijn allemaal bang geweest om iets tekort te komen. Ik hoop dat de oudsten over deze fase heen gegroeid zijn. Alexander zit er nog middenin.

Als wij geld uitgeven bij winkelen draagt Alexander ons steevast op om ook geld uit te geven aan iets voor hem. Uiteraard weiger ik aan dit verzoek gehoor te geven. Ik laat me niet verleiden tot het kopen van zaken die misschien zijn speelplezier voor 5 minuten verhogen. Omdat Alexander tijdens het winkelen minimaal 20 zinnen laat beginnen met de woorden “mag ik”, zeg ik meestal bij voorbaat al 30 keer: “Nee.” Daarmee voorkom ik dat ik word aangezien voor een dolgedraaide moeder die iedere keer als haar zoon iets vraagt steeds harder schreeuwt: ”NEE!!”

Bij het verdelen van eten is die aangeboren angst om iets tekort te komen zo mogelijk nog erger. Minutieus worden de borden en schaaltjes door Alexander bekeken. Zijn aandeel wordt altijd te licht bevonden. In mijn yoghurtbakje zit altijd net één druppel yoghurt meer. Als ik de snoepjes verdeel vraagt Alexander ter controle altijd hoeveel snoepjes ik in mijn mond gestopt heb. (Ik stop meestal een extra snoepje in mijn mond, maar dat hou ik geheim.)

Vanavond bestond het toetje uit een bakje met een schep aardbeien- en een schep vanille-ijs. Nog voordat de bakjes op tafel stonden had Alexander zich het oranje bakje toegeëigend.

“Ik neem het oranje bakje!”

Uitgerekend vanavond doet de kleur van de bakjes mij wél iets en wilde ik ook het oranje bakje. Ik ben de verdeler van het toetje, dus ik had de macht in handen. Ik geen oranje bakje, dan hij een druppel minder ijs. Het blauwe bakje werd aanzienlijk rijker gevuld met ijs. Alexander keek met argusogen naar de ijsverdeling die gemaakt werd en pakte daarna het blauwe bakje.

“Ho vriend, dat gaat zomaar niet! Jij wilde persé het oranje bakje. Het blauwe bakje is voor je moeder!”  

“Nee ik wil toch liever het blauwe bakje.”

“Mooi niet, Alexander, jij zei dat je het oranje bakje wilde hebben. Vanavond krijg je eens een keer zonder ruzie gewoon meteen je zin.”

“Dat is niet eerlijk!”

“Wat is niet eerlijk?”

“In het blauwe bakje zit veel meer ijs!”

Ja dat weet ik ook wel. Vanavond gaat de uitspraak die ik 500 miljoen keer op een dag doe, dat iedereen evenveel heeft gekregen, mooi niet op. Vanavond win ik in één keer. Reken maar dat Alexander morgen wacht met het uitkiezen van de kleur van het bakje totdat de bakjes vol geschept zijn.

Geduld is een schone zaak en levert je in ieder geval meer ijs op.

 

Zo, de bijl is weer scherp.