5. mrt, 2017

Kermis

Kermis.

 

Er is weer kermis in het dorp. Vroeger betekende dit vooral dat ik lange middagen aan de kant van de botsautootjes stond te lonken naar exemplaren van het andere geslacht. Nu betekent het dat ik gecalculeerd in de gaten loop te houden of de huishoudbeurs bestand is tegen exorbitante uitgaven op de kermis waarbij het vermaak voornamelijk Alexander ten deel valt. Het geeft me daarnaast ook de gelegenheid om de kermisexpoitanten op grondige wijze te observeren en mijn conclusie is: Dit is geen leuk beroep. In de hokjes waar je een kaartje koopt voor deelname aan een attractie zit een generatie schimmige, duistere en sigarenrokenden zestigers te wachten op het einde. Ik denk dat zij wachten op het einde van de kermis maar het lijkt warempel meer of zij wachten op het einde van hun leven zodat zij eindelijk verlost zullen zijn van hun ontzielende werkzaamheden. Alexander vraagt al een week of we naar de kermis gaan en het gevraag heeft een omvang aangenomen die nu eerder betiteld kan worden als ‘gezeur’. Voor een bezoek aan de kermis moet ik mij tegenwoordig goed voorbereiden. Ik heb die tijd nodig omdat ik anders geld uitgeef in combinatie met het vergallen van het plezier van Alexander doordat ik met een sikkeneurige kop mij loop te ergeren aan het aura van de kermisexploitanten, de in verregaande staat van ontbinding verkerende kermisattracties en de stroom van bezoekers die in mijn ogen op geen enkele wijze bijdragen aan het plezier waarmee je een bezoek aan de kermis normaal gesproken in verband zou moeten kunnen brengen. Ik moet een knop omzetten en om die knop te vinden heb ik een lange aanlooptijd nodig. Ik vind de knop en een bezoek aan de kermis is een feit. Onveranderd in de vergane glorie van de kermis is het middelpunt ervan in de vorm van de botsautootjes. Ook Alexander loopt in één rechte lijn naar deze attractie en er worden muntjes gekocht om te botsen. De eerste rit kruip ik naast Alexander in het botsautootje dat mijn botssporen uit een vorig leven nog met zich meedraagt. Ik ben in de veronderstelling dat het been van mijn zoon nog niet de juiste lengte heeft om het pedaal waarmee je het autootje in werking kan stellen, in te drukken. Hij blijkt weer sneller gegroeid te zijn dan ik had ingeschat. Ik kruip naast mijn zoon en we verdelen de taken. Mijn voet op het pedaal en hij de handen om het stuur. Na drie keer het autootje in de rondte te hebben laten gaan omdat er geen automatische “vooruit” op zit, heeft Alexander de slag te pakken en ontpopt zich op het botsveld tot een ware botscourreur. Vliegensvlug weet hij het karretje te draaien als er tegen hem aangebotst wordt en in razende vaart zet hij de tegenaanval in. Met een strakgetrokken mond van de inspanning zet hij het op een legale botsing met medebezoekers van de kermis. Ik heb nog 4 muntjes in mijn zak en zie dat Alexander geen begeleiding meer nodig heeft. Uitstappen en wegwezen lijkt binnen handbereik maar het wordt uitstappen en een eigen autootje bemachtigen om eens even flink uit mijn dak te gaan en die kleine botsautocoureur een poepie te laten ruiken. Ik ben namelijk heel goed in botsen. Ik hou ervan om er flink op los te dreunen. Ik zoek de confrontatie zo ontzettend graag en vaak op. Ik word er zo verschrikkelijk blij van om met een geel muntje in mijn hand en een open botsterrein voor mij, snoeihard vanuit het niets te verschijnen en Alexander een halve meter in de lucht te zien vliegen. Dan moet ik snel wegwezen want het kleine monster zet de aanval in en komt recht op mij af. Knal, kaboem en we liggen slap van het lachen.

Wij wel!!!