8. jun, 2016

Avond4daagse

Avondvierdaagse.

Een hoogtepunt in mijn eigen schoolcarrière was het lopen van de avondvierdaagse. Gewapend met een halve citroen met suiker, het middel om je te beschermen tegen ernstige uitdrogingsverschijnselen gedurende deze bizarre tocht, liep ik vier avonden mee met de avondvierdaagse. Ik wilde heus wel vijf avonden lopen met mijn citroentje en mijn klas, maar het is een vierdaagse dus na ontvangst van het halve bosje ‘duizendschoon’ van mijn moeder, restte er niets anders dan driehonderdeenenzestig avonden wachten op de volgende vier-daagse.

Eindelijk mocht ik, na jaren wachten, in de herhaling. De basisschool waar Alexander zijn kennis aan het vergaren is, loopt mee. Dat in tegenstelling tot de school waar mijn ‘grote’ jongens op zaten. Daar was veel kennis maar weinig avondvierdaagse.

We hebben al een avondvierdaagse avontuur achter de rug. Vorig jaar was de primeur voor Alexander en de herintreding van zijn moeder. De avondvierdaagse lopen heeft vorig jaar een totaal nieuwe belevingsdimensie gekregen. Het citroentje is vervangen voor een verdwaalde wortel en een paar dropsleutels. De afstand is ook niet zodanig dat er aan het einde gereanimeerd moet worden met een citroentje. 5 Kilometer kan een kleuter wel afleggen zonder te vergaan van de dorst en honger.

Met het klimmen der jaren, ben ik wat achteruitgegaan in mijn loopsnelheid. Zo parmantig als ik vroeger door het Amsterdamse bos kon stappen, zo parmantig slofte ik vorig jaar achter de slinger kleuters aan. Voor een herintreder is 5 kilometer lang genoeg. De kleuter die ik meenam op deze tocht maakte er een 15 kilometer lange tocht van door de afstand tussen start en finish vele malen heen en weer te rennen. De opdracht was simpel: “Blijf bij je moeder lopen.” De uitwerking desastreus. Hij heeft genoten van het lopen door de wei met koeien en koeienvlaai, het stampen in de plassen na de regenbui en het rennen van het ene vriendje naar het andere vriendje, maar zijn moeder heeft hij in geen velden of wegen zien zwoegen om 5 kilometer zonder zaniken af te leggen.

Om Alexander te behoeden voor het snelle verkeer dat dezelfde route rijdt als de avondvierdaagse, moesten de regels toch iets aangescherpt worden in het enthousiaste kinderhoofd.

De driehondereenenzestig lange avonden wachten zijn voorbij en we zijn weer van start gegaan. Met de fikse waarschuwing dat de afstand tussen Alexander en zijn moeder niet meer mag bedragen dan een armlengte verschil, lopen wij weer door de weilanden en de koeienvlaai. Alexander heeft het zwaar. Het enthousiasme om de afstand te verlengen naar 15 kilometer is te groot en de vriendjes zijn bij tijd en wijle te ver weg. Gelukkig moet zijn moeder ook socializen met andere vaders en moeders en weet hij af en toe aan de aandacht te ontsnappen. Maar zijn moeder heeft versterking meegenomen. Peter loopt ook mee. Wij sprinten niet meer met kwieke pas achter onze zoon aan, maar Peter kan wel heel hard brullen.

Peter brult melodieus en ik zing de tweede stem van de nieuwe avondvierdaagseliederen. Wij verbasteren het lied van Herman van Keeken en zingen uit volle borst: “Alexander, loop toch niet zo snel!” Daarna gaan wij vrolijk en tweestemmig verder op de melodie van Peter Koelewijn: “Kom bij die sloot weg, ‘k waarschuw niet meer….”, om daarna in koor en opgelucht, af te sluiten met de enige echte avondvierdaagse-klassieker: “We zijn er bijna, we zijn er bijna..”