13. jan, 2016

Hondenhemel

Hondenhemel.

Wij hoorden bij de hondenbezitters van Nederland. Wij waren in het bezit van een Zwitserse witte herder, Sita.

Nu niet meer. De hond is dood. Dat ging als volgt:

Dag 1: De hond ziek.

Dag 2: De hond doodziek.

Dag 3: De hond dood.

We zijn dus hond-loos.

Het is op zijn zachts gezegd fascinerend om te observeren hoe de dood ontvangen wordt door iemand die aan het begin van het leven staat.

Alexander 6 jaar.

De dagen na het verlies van de hond speelde hij er lustig op los. Iedere keer als hij zich thuis melde vroeg hij: “ Is Sita dood?”

Steevast luidde het antwoord: “Ja, morsdood!”

Dood is niet te bevatten voor een 6-jarige. Dat is me duidelijk geworden. Ik ben jaloers op 6-jarigen. Geen enkel wezen is van nature meer in het NU dan een 6-jarige. Misschien een 5-jarige maar in die tijd was mijn observatievermogen nog niet beïnvloed door de dood van de hond.

Een 6-jarige speelt en vergeet. Pas als hij zich weer bevindt in de setting waar zich iets onvoorstelbaars heeft afgespeeld komt niet het besef, maar het zoeken naar bevestiging als eerste in hem op.

Hoe verbeeld je dan als ouders de dood. Geen idee. Werkelijk geen idee. Je kunt voor dood op de vloer gaan liggen. Dat slaat nergens op want twee tellen later piept de afwasmachine om uitgeruimd te worden en ben je ineens weer springlevend. Dat volgt een 6-jarige echt niet. Hij speelt hoogstens de dood na door met zijn tong uit zijn mond op de bank te gaan liggen voor één tel. Dode honden hebben hun tong uit hun mond hangen.

Het besef dringt zich langzaam aan een 6-jarige op. Heel langzaam want de hond is al maanden dood.

De tranen vloeien rijkelijk op ieder ongewenst moment. Vlak voor het naar bed gaan. Als er een verbod komt om op de Nintendo te spelen. Als hij gedirigeerd wordt naar zijn time-out plek. Als hij iets sloopt. Als hij zijn eten vies vindt en weigert te eten. Als hij een bladzijde moet oefenen met lezen…

En steevast als je hem vraagt naar de reden van zijn tranen:

“Ik mis Sita zo!”