Blog

8. dec, 2017

Mijn mond houden, is voor mij niet makkelijk. Dat komt uiteraard omdat ik docent ben en de hele dag het idee heb dat ik iets te zeggen heb dat van waarde is. Die opvatting heb ik de afgelopen 25 jaar opgebouwd en heeft zich stevig in mijn systeem verankerd. In huis praat ik ook de hele dag. Als er niemand is die kan luisteren dan zijn mijn honden zeer trouwe toehoorders. Ik praat heel veel. Ik zeg de helft van de tijd niet zoveel zinnigs. Ik heb hulp gehad bij het ontwikkelen van dit inzicht. Peter en Alexander geven meerdere keren per dag aan dat ik zinloze dingen zeg.  Eigenlijk beschuldigen zij mij ervan dat ik praat om het praten. Het is dus voor mij een hele uitdaging om “stil” te zijn.

Als mijn jongste zoon met zijn verhalen over de gebeurtenissen in zijn leven komt, voel ik meestal direct de verantwoordelijkheid om mij als opvoedkundig gezaghebber te gaan gedragen. Mijn inzichten zullen hem doen groeien! Mijn oplossingen voor zijn problemen doen deze als sneeuw voor de zon verdwijnen! Als hij zich naar of verdrietig voelt heb ik de zakdoek al paraat en als hij zich niet naar en verdrietig voelt, dan praat ik hem deze gevoelens wel aan.

Zoals die keer dat hij vertelde waarom hij niet meer buiten wilde spelen. Alexander was naar mij op zoek gegaan en fietste het rondje waar ik normaal gesproken te vinden ben met de honden. Ik was er niet. Er was wel een groepje jongens met vuurwerk. De combinatie vuurwerk, knallen, snel wegrennen en jongens is als een natuurkundige wetmatigheid, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Alexander bekeek van een klein afstandje hoe hij zich in de toekomst moet gaan gedragen als het om vuurwerk gaat. Een geïrriteerde bewoner van het huis waarbij het vuurwerk werd afgestoken, keek ook van een afstandje toe en liep daarna zeer boos op de belagers af. Daarbij nam hij ook foto’s van het groepje belhamels. Het groepje waar Alexander net iets te dichtbij stond om te kunnen vermijden dat hij gefotografeerd zou worden. Met grote angstige ogen kwam hij binnen rennen en vertelde dat hij naar de gevangenis moest. In zijn hoofd had het hele voorval proporties aangenomen die hem in de cel deden belanden. De politie zou hem oppakken, boeien en veroordelen. Zijn enige verweer was dat hij niet bij het groepje hoorde, maar bij het piepend uitspreken van deze conclusie voelde hij zelf ook dat dit in de rechtszaal geen stand zou kunnen houden. De belerende opmerkingen over vuurwerk, boze bewoners, gevaar voor afscheurende ledematen en politie op je hielen, groeiden in mijn hoofd. Ik zag in dit moment mijn kans om de enorme hekel die ik heb aan vuurwerk, hartstochtelijk te etaleren en te planten in het brein van mijn kleine onschuldige spruit. Ik zal op YouTube zoeken naar filmpjes over weggeblazen ogen, vingers en handen, benen en tenen. Ik zal zoeken naar gruwelijke muziek om de beelden naar binnen te kunnen schieten bij mijn kleine bange jongetje. Ik bestel op internet handboeien zodat ik hem eventueel later in de boeien kan slaan en mee kan geven aan de politie. Mijn preek zal gaan over onvergefelijk gedrag en zwaar lijden. Ik zal  het hier en daar nog moeten aanscherpen met hel, verdoemenis en eeuwig vagevuur. De voorgestelde hel van Dante Allighieri is een paradijs vergeleken bij de hel die ik hem zal voorschotelen.

Naast mij op de bank zit een klein jongetje van net 8 jaar met grote tranen in zijn ogen. Hij luistert of hij de sirene van de politie al hoort. Ik stilte neem hem in mijn armen. Hij kijkt mij aan en zegt: “Mam, als ik de gevangenis in moet, ga je dan mee?” Geen aantrekkelijk idee, maar mijn moederliefde gaat ver.

7. nov, 2017

Ons jongste kind had één rotsvaste overtuiging. Sinterklaas bestaat! Als ouders hebben we de afgelopen jaren ook alle registers open getrokken om het bestaan van Sinterklaas buiten alle twijfels te houden. Nu is de tijd gekomen dat we alle registers open moeten trekken om deze enige zekerheid in het leven van onze jongste zoon, onderuit te halen. Alexander wordt ook ingewijd in het geheim van Sinterklaas.

Al weken denken wij na over een pijnloze manier van inwijding. De woorden die we kiezen zijn van te voren zorgvuldig gewogen. De tissues staan klaar om de tranen te deppen. Peter brengt uiteindelijk het nieuws van de dood van Sinterklaas. Lang geleden al. Heel lang geleden al is die man namelijk toch overleden. Ook al was het een goede man, ook hem was geen eeuwig leven beschoren. Als de laatste woorden door Peter zijn uitgesproken durven wij pas op te kijken naar onze zoon. Het voelt als een schuldbekentenis van een zware overtreding. Alexander zit roerloos aan tafel. Met grote ogen kijkt hij ons aan en zegt dan: “Dus jullie hebben al die jaren gejokt?” Zijn ogen vullen zich met tranen. We proberen hem nog uit te leggen dat hoewel wij hem geleerd hebben om niet te liegen, wij daar zelf een ruime marge voor genomen hebben ten aan zien van Sinterklaas, maar komen uiteindelijk niet verder dan: “Euh, ja daar komt het zo een beetje wel op neer.”

“Rotvader, rotmoeder!!” Het gebod “eert uw vader en moeder” wordt door ons met de paplepel ingegoten, maar nu kunnen wij niet anders dan Alexander bij voorbaat vergeven voor deze uitspraak.  Beschaamd kijken wij naar onze zoon. De tranen lopen over zijn wangen en hij rent naar boven, haalt een knuffelbeer, kruipt in een hoek van de bank en laat daar zijn tranen en zijn woede de vrije loop. Ik wil hem graag troosten maar het is niet veilig om hem op knuffelafstand te naderen. Er zit niets anders op dan machteloos toe te kijken hoe het verdriet van mijn zoon proporties aanneemt die passen bij verdriet om het vergaan van de wereld. Na anderhalf uur gesnik en gesnotter op de bank mag ik iets dichterbij komen. Ik ga naast Alexander op de bank zitten en beantwoord gedwee al zijn vragen.

“Dus jullie stoppen altijd iets in mijn schoen?”

“Ja, Alexander, er was geen zwarte Piet in huis. Dat waren papa en mama.”

“Dus die steen waar ik de deur mee opende zoals op het Sinterklaasjournaal, was ook neppie?”

“Ja Alexander, je vader heeft een ingenieuze installatie aan de voordeur gemaakt zodat deze open ging toen jij, midden in de nacht,  drie keer met de steen tegen de deur tikte”

“Dus jullie kopen al de cadeautjes?” Hij zakt met een grote snik weer op de bank. Langzaam begint er bij mij iets te dagen.

“Alexander?”

“Je wilt graag een Hooverboard voor Sinterklaas en je weet dat je moeder die elektrische skateboards veel te duur vindt. Ik denk dat ik nu wel begrijp waarom je zo verdrietig bent.”

Grote ogen kijken mij aan van achter de oren van de immense grote knuffelbeer. Nog een laatste snik.

“Ja, nu kan ik nooit meer grote cadeaus vragen voor Sinterklaas want die krijg ik natuurlijk NOOIT van jullie.”

De tranen drogen. Een wederzijdse bekentenis en het geheim van Sinterklaas is tot op de bodem ontrafelt.

 

 

 

17. sep, 2017

Een mobiele noodsituatie in de  supermarkt.

Alexander is ziek. Geen enorm drama. Behalve als zijn vader het hele weekend weg is, de koelkast nagenoeg leeg is en de honden geen rekening houden met hiaten in de huishoudelijke organisatie en op de gebruikelijke tijden van de dag willen rennen in het park. Hoewel ik sterk het idee heb dat mijn opvlieger-tijdperk al enigszins achter mij ligt, ben ik dit weekend toch gaan twijfelen of dit fenomeen mijn lijf echt helemaal verlaten heeft. Ik veeg net de laatste zweetdruppels van mijn rug.

De digitale mogelijkheden van deze tijd hebben mij gered. Ik verafschuw het beeld van jonge kinderen met een mobiele telefoon in hun handen. Nog meer verafschuw ik het als mensen hun hele privéleven door een mobieltje ‘schreeuwen’ midden in de supermarkt. Dit weekend gold echter: ”Nood breekt wet”.  Ik moest toch echt even naar de supermarkt. Alexander bood vrijwillig aan om thuis te blijven. Hij bood ook vrijwillig aan dat hij dan wel even achter de computer een spelletje zou gaan spelen. Een genereus gebaar van hem dat ik toch onmogelijk kon weigeren. Ik beloofde hem dat ik met een half uur wel weer terug zou zijn en gaf hem mijn mobiele nummer “voor het geval zich een ernstige noodsituatie aandient.”

De supermarkt bevindt zich drie straten bij ons vandaan. Zelfs als hij zijn noodkreet naar mij zou schreeuwen zou ik hem waarschijnlijk tot in de supermarkt kunnen horen. Maar thuis blijven met een briefje met het mobiele nummer van je moeder, geeft een status van onafhankelijkheid waar een bijna 8-jarige op enig moment gewoon aan toe is.

Ik loop de supermarkt binnen en hang het mandje voor de boodschappen aan mijn arm. Als ik net door het hekje gelopen ben en de eerste boodschappen snel in mijn mandje gooi, gaat mijn telefoon.

“Ja, Alexander? Staat het huis in brand? Zijn de honden ontsnapt uit de tuin? Heb je de deur toch open gedaan voor een potloodventer die de weg naar het park kwijt is?”

“Mam, vergeet je niet dat we vanavond pannenkoeken eten?”

“Oh wat goed dat je daarvoor belt. Ik was het inderdaad bijna vergeten”, antwoord ik met het pak pannenkoekenmix in mijn mandje en druk hem, innig dankbaar voor zijn oplettendheid, weer weg.

Drie stappen verder. Gerinkel in mijn binnenzak.

“U spreekt met het antwoordapparaat van de moeder van Alexander. Ik loop op dit moment in de supermarkt en kan de telefoon helaas niet opnemen voor jongetjes die Alexander heten.”

“MAM, kappen!”

“Wat is er Alexander? Kun je geen ademhalen omdat je bijna stikt in de hele zak snoepjes die je stiekem aan het opeten bent? Weet je ineens niet meer hoe je die ‘enge’ filmpjes uit de zoekgeschiedenis van de computer kunt halen? Heeft een plotselinge windhoos het dak van ons huis een paar meter verplaatst? WAT IS ER?”

“Kun je kauwgom meenemen?”

Ik heb een instructie-moment laten liggen. Ik had hem moeten uitleggen wat “IK” versta onder een ernstige noodsituatie.

Als ik in de rij bij de kassa sta, gaat voor de derde keer mijn telefoon.

“Ja, Alexander(zucht). Wat ben ik nu weer vergeten?”

“Mam, heb ik al gezegd dat ik van je hou?”

Deze opmerking valt uiteraard helemaal binnen mijn definitie van “ernstige noodsituatie”.

 

11. sep, 2017

De scholen zijn weer begonnen.

 

Ik heb het “leukste kind” dat er bestaat en toch ging afgelopen maandag de vlag uit omdat de scholen weer zijn begonnen. Het “leukste kind” moet zich ook weer onderwerpen aan het schoolritme. Bij iedere moeder die beweert dat de zomervakantie niet lang genoeg kan duren, zit wat mij betreft een steekje los. Of ze hebben dochters.

De school is een krappe week van start en ik hang de vlag nu halfstok.

Hoewel de uiterlijke kenmerken van mijn kind aangeven dat het om een jongen gaat, begin ik aardig te twijfelen. Hij vertoont namelijk gedragingen die ik van mijzelf herken toen ik naar de brugklas ging en onzeker werd over mijn uiterlijk. Alexander zit pas in groep 5 en ik ben inmiddels al wanhopig op zoek naar een goede praatgroep. Wat is er aan de hand?

Tot nu toe heeft hij iedere ochtend zijn hele kledingkast overhoop gehaald op zoek naar de juiste broek om aan te trekken naar school. Geen enkele broek kon voldoen aan de eisen van mijn zoon. In iedere broek die hij aantrok, vond hij zijn billen te dik en zijn bovenbenen te zwaar overkomen. Over de beoordeling van zijn eigen kuiten, wil ik het niet eens hebben. Gisteren heb ik geprobeerd om dit broeken-leed te verzachten door nieuwe broeken te kopen met hem. Ik keek uit naar een stressvrije donderdag ochtend maar vanmorgen vlogen de nieuwe broeken mij om de oren want “ze stonken” te nieuw. De broeken hangen dus nu te drogen aan de lijn na een frisse wasbeurt. Gekleed in de broek van gisteren met een T-shirt waarin een groot gat zit (dat deert hem dan weer niets. Ja, ik volg het ook niet) begint hij aan het ordenen van zijn haar. De kapper heeft het  in model geknipt en vandaag ontstak Alexander in woede omdat hij zijn haren niet in het zelfde model wist te leggen als de kapper had gedaan. “Alexander, je hebt er nu ook een halve pot gel in gesmeerd. Dat heeft de kapper gisteren iets bescheidener aangepakt.”  Ik hoor een hoop gedoe in de badkamer. Alexander wast de gel weer uit zijn haren om er vervolgens toch weer een halve pot in te smeren want iedere pluk  moet op de juiste manier gemodelleerd worden en daar heeft hij heel veel gel voor nodig. Als klap op de vuurpijl moet ik de overige opstandige sprieten vast spuiten met haarlak. Ik doe dat natuurlijk niet op de goede manier. “Rot moeder, nou heb je het verpest!”

Zucht.

Inmiddels is het tijd om naar school te gaan, maar staat zijn brood nog te wachten om gegeten te worden. Hij blijft ijsberen tussen de spiegel en zijn brood.  Dan gooit hij zijn tas op zijn rug, pakt zijn fiets, gooit zijn fiets weer tegen de heg en loopt weer boos naar binnen. Het zadel van zijn  fiets is nat. Hij droogt het zadel van zijn fiets met een theedoek en slingert de theedoek door de tuin. Woedend opent hij het tuinhekje. “Veel plezier op school Alexander,” roep ik hem liefdevol en geduldig na.

Als hij vertrokken is verlang ik terug naar de zomervakantie-ochtenden, gevuld met korte broeken, gel-loze haren en verveling.

10. aug, 2017

Tekort komen.

Peter en ik zijn samen bezig met het opvoeden van ons jongste kind. Voor Peter is dit de tweede keer dat hij een poging doet om de maatschappij straks recht in de ogen te kunnen blijven kijken en voor mij is het de derde keer. Wij zijn ervaren opvoeders. Toch herken ik iets in de uitspraak: “Behaalde resultaten uit het verleden, bieden geen garantie voor de toekomst." Hoewel we al eerder met het bijltje gehakt hebben geeft dit jongste stukje hout regelmatig aan dat de bijl soms bot is. Gelukkig zijn er bij al onze kinderen ook overeenkomsten. Ze zijn allemaal bang geweest om iets tekort te komen. Ik hoop dat de oudsten over deze fase heen gegroeid zijn. Alexander zit er nog middenin.

Als wij geld uitgeven bij winkelen draagt Alexander ons steevast op om ook geld uit te geven aan iets voor hem. Uiteraard weiger ik aan dit verzoek gehoor te geven. Ik laat me niet verleiden tot het kopen van zaken die misschien zijn speelplezier voor 5 minuten verhogen. Omdat Alexander tijdens het winkelen minimaal 20 zinnen laat beginnen met de woorden “mag ik”, zeg ik meestal bij voorbaat al 30 keer: “Nee.” Daarmee voorkom ik dat ik word aangezien voor een dolgedraaide moeder die iedere keer als haar zoon iets vraagt steeds harder schreeuwt: ”NEE!!”

Bij het verdelen van eten is die aangeboren angst om iets tekort te komen zo mogelijk nog erger. Minutieus worden de borden en schaaltjes door Alexander bekeken. Zijn aandeel wordt altijd te licht bevonden. In mijn yoghurtbakje zit altijd net één druppel yoghurt meer. Als ik de snoepjes verdeel vraagt Alexander ter controle altijd hoeveel snoepjes ik in mijn mond gestopt heb. (Ik stop meestal een extra snoepje in mijn mond, maar dat hou ik geheim.)

Vanavond bestond het toetje uit een bakje met een schep aardbeien- en een schep vanille-ijs. Nog voordat de bakjes op tafel stonden had Alexander zich het oranje bakje toegeëigend.

“Ik neem het oranje bakje!”

Uitgerekend vanavond doet de kleur van de bakjes mij wél iets en wilde ik ook het oranje bakje. Ik ben de verdeler van het toetje, dus ik had de macht in handen. Ik geen oranje bakje, dan hij een druppel minder ijs. Het blauwe bakje werd aanzienlijk rijker gevuld met ijs. Alexander keek met argusogen naar de ijsverdeling die gemaakt werd en pakte daarna het blauwe bakje.

“Ho vriend, dat gaat zomaar niet! Jij wilde persé het oranje bakje. Het blauwe bakje is voor je moeder!”  

“Nee ik wil toch liever het blauwe bakje.”

“Mooi niet, Alexander, jij zei dat je het oranje bakje wilde hebben. Vanavond krijg je eens een keer zonder ruzie gewoon meteen je zin.”

“Dat is niet eerlijk!”

“Wat is niet eerlijk?”

“In het blauwe bakje zit veel meer ijs!”

Ja dat weet ik ook wel. Vanavond gaat de uitspraak die ik 500 miljoen keer op een dag doe, dat iedereen evenveel heeft gekregen, mooi niet op. Vanavond win ik in één keer. Reken maar dat Alexander morgen wacht met het uitkiezen van de kleur van het bakje totdat de bakjes vol geschept zijn.

Geduld is een schone zaak en levert je in ieder geval meer ijs op.

 

Zo, de bijl is weer scherp.