7. feb, 2017

Herrie in de klas

Decibellen.

Ik ben dit jaar gezegend met een behapbaar aantal leerlingen in mijn derde klas economie op het vmbo. Dat is ook een dringende noodzaak want de leerlingen ervaren dit vak meestal als moeilijk. Het hele vakjargon gaat doorgaans compleet aan hen voorbij en naast vermenigvuldigen, optellen en aftrekken leveren de procentsommen situaties op waarbij ik in sneltreinvaart medische en psychische hulp moet inschakelen. Voor hen en voor mij is het dus van groot belang dat ik de hulpvraag snel kan ontdekken en handelingen kan verrichten die de levensverwachting van mijn leerlingen aanmerkelijk doet toenemen. De zuurstoffles heeft voor dit kleine klasje precies de juiste inhoud. Nu is dit klasje overigens helemaal niet klein, maar omdat wij in het onderwijs de plofklassen als een normaal verschijnsel zijn gaan zien, betitelen wij een klas met 24 leerlingen ineens als een kleine klas terwijl dit natuurlijk een normale grootte is.

Dit kleine klasje dat 2 keer per week voorzien wordt van een bovenmatige belangstelling en inspanning van de docent, heeft een opmerkelijk talent. Ik probeer deze kwaliteit al een tijdje zodanig te verleggen dat je dit talent ook in hun cijfers terug kunt vinden, maar dat lukt mij helaas nog steeds niet. Dit klasje is bijzonder getalenteerd als het gaat om het produceren van decibellen. De decibellen vliegen mij om de oren als ze binnenkomen. De decibellen worden daarna zonder dat ik de leerlingen ook maar op een spoor van vermoeidheid kan betrappen, de hele les op hoog niveau door geproduceerd. Als je dit klasje zou verplaatsen naar een sportschool en de inspanning zou overzetten in calorie-verbrandende activiteiten dan zou dit klasje graatmager door het leven gaan.

Vandaag mochten zij weer schitteren in het talent dat zij hebben en liet de lesvorm ook nog eens toe dat er harder getraind kon worden dan tijdens een “normale” les. In de vorm van een circuitje en ingedeeld in groepjes moesten de leerlingen zich de kunsten van het rekenen met verzekeringssommen eigen maken. Wat ik er helaas niet bij bedacht had was het spelelement dat de leerlingen er zelf aan toevoegde. Schreeuwen en het liefst zo hard mogelijk. Deze lesvorm verschaft mij als docent in een zeer korte tijd enorm veel inzicht in de werkhouding van leerlingen. In de loop der jaren heb ik de koppeling decibellen en werkhouding wel losgelaten. Veel lawaai produceren is niet automatisch gekoppeld aan een intensieve werkhouding zoals de beschrijving van werkhouding nog in mijn woordenboek voorkomt. Ik heb in de loop der jaren ook geleerd dat ik veel leerlingen heb met een audiohandicap. Ze horen echt steeds minder. Dat wordt als je het mij vraagt ook “het” probleem van de toekomst. Omdat hun gehoor behoorlijk is aangetast door van alles en nog wat, blijft er niets anders over dan heel hard schreeuwen naar elkaar.

Oorverdovend lawaai dat mij op den duur waarschijnlijk ook een fikse gehoorbeschadiging zal opleveren. Voor nu doe ik het alvast met “overspannen” stembanden en realiseer ik mij dat het bovenstaande een prima inhoud is voor een stevig pleidooi voor een “hele” kleine klas.