8. dec, 2016

Stilte...

....Na de storm.

 

Hij zit halverwege in de klas. Hij vindt er niets aan, mijn vak. Hij snapt alles al en ziet de noodzaak van het oefenen met de sommen dus niet. Hij is dwars en zoekt naar de momenten dat hij de discussie met mij aan kan gaan. Het liefst gaat hij dan net even over de grens heen zodat hij weer terug gefloten moet worden naar de plaats die hij hoort in te nemen, maar waar hij zichzelf toch te verheven voor voelt. Het is geen subjectieve invulling van mijn kant, hij heeft zichzelf in woorden zo geuit. In het leerlingvolgsysteem zie ik dat ik niet het enige slachtoffer ben van zijn badinerende gedrag. Ook andere docenten betitelen hem als dwars en brutaal. Hij neemt geen enkel blad voor de mond. Ook niet vandaag.

 

Het stond hem niet aan dat de toets die hij terug kreeg voorzien was van een cijfer dat niet voldeed aan zijn verwachtingen. Tussen zijn verwachtingen en de werkelijkheid ligt een gapend gat. Onderuitgezakt vraagt hij aan mij waar hij had kunnen vinden wat hij had moeten leren voor de toets. Hij had maar één hoofdstuk geleerd en kon zich niet voorstellen dat hij al de plaatsen waar de juiste informatie te vinden was over de inhoud van de toets, over het hoofd had gezien. Ook toen ik hem vertelde dat het onderwijs van tegenwoordig een grote registratieplicht voorschrijft en dat de inhoud van de toets op 3 verschillende plaatsen digitaal te vinden was, bleef hij mij uitdagend aankijken. Ik kan me voorstellen dat hij al mijn gesproken aanwijzingen van de laatste tijd over de toets en de inhoud ervan, over het hoofd heeft gezien en laat deze 4e manier maar voor wat het is. Over gesproken tekst valt immers, in zijn geval, uitvoerig te twisten.

Twisten deed hij evengoed. Zijn ongenoegen over zijn eigen cijfer breidde zich uit naar een ongenoegen over het behaalde gemiddelde van de klas. Zijn conclusie was dat zo’n laag gemiddelde maar één oorzaak kon hebben en dat was een “slechte” docent. Ik voelde hem al aankomen. Ik wist al dat hij die kant uit zou gaan. Ik zag mezelf al even gevangen in een discussie die ik op argumenten wel aan het winnen was, maar waarbij ik de verbinding met de klas hard aan het verliezen was. Het was voelbaar dat de bom zou barsten. Toch voelt het onverwacht als de bom dan afgaat. De eerste rookflarden geven aan dat het iedere moment kan gebeuren en de bom wordt nog even flink heen en weer gegooid. Uiteindelijk gaat hij af en heeft iedereen last van de rook. Dan wordt het tijd om frisse lucht binnen te laten. Een bedwelmende rookpluim gaat niemand verder helpen. Hoewel hij de grens van het fatsoen overschreden had, liet ik hem zitten. Met zijn gesputter, gezeur en werkhouding ver beneden zeeniveau. De klas schrok van zijn opmerking en de blikken zijn dan automatisch gericht op de docent. Verwachtingsvol, is in dit geval niet de juiste uitdrukking. De bom was immers afgegaan en de klas leek eerder af te wachten met welke tegenaanval ik zou komen. Mijn hele systeem was ook op die tegenaanval gericht en ik wilde niets liever dan hem de oren wassen en hem confronteren met zijn “snotneuzerige” gedrag. Tegelijkertijd had hij een zenuw geraakt. Als er iets niet goed gaat met de prestaties in de klas staat de spiegel altijd op mij gericht.

Met een zo open mogelijke houding, vroeg ik hem wat ik dan beter had kunnen doen.

Hij bleef stil.

Snotneus!