28. sep, 2016

Wie telt, blijft!

Nog meer over cijfers.

 

De cijferdruk neemt toe. Ik ben ook eigenlijk nog niet uitgeschreven over deze “druk”. We leven in een tijd waarin de cijfers aangeven hoe het met ons gaat. De cijfers over de economische ontwikkeling bepalen hoofdzakelijk het beleid van de politiek. De cijfers over de aantallen vluchtelingen die naar ons land willen vluchten, bepalen welke houding wij ten aanzien van onze “vluchtende” medemens aannemen. Zijn het er teveel, dan regeert de angst over het cijfer en raakt ons waarnemingsvermogen vertroebeld. We kunnen niet meer zien wat de werkelijke problematiek is die ervoor zorgt dat mensen huis en haard verlaten en met een enkel tasje gevuld met een paar bezittingen, een veilig heenkomen zoeken. We meten onze standaard van welvaart af bij de gratie van vergelijking en niet meer bij de gratie van voldoening. Heeft een ander meer, dan zul je er zelf ook wel recht op hebben en is de uitdaging er in gelegen om op te eisen wat je toekomt. Met het toenemen van de mogelijkheid om het leven en de prestaties te vatten in “cijfers” neemt de regie van de angst toe.

Ik bespeur dat ook bij mezelf. Als ik de cijfers over de prestaties op school gepresenteerd krijg, zie ik mijzelf als eerste kijken naar de resultaten van mijn vak en opluchting maakt zich van mij meester als de kleur de “juiste” is. Ik wil natuurlijk te allen tijde voorkomen dat ik bestempeld kan gaan worden als een “matige” docent. Ook in de cijferadministratie die ik moet bijhouden per klas, gaat mijn blik na een gemaakte- en ingevoerde toets naar het gemiddelde van de klas en is mijn eerste gedachte bij een in mijn ogen te laag gemiddelde: “Wat heb ik niet goed gedaan?” Het systeem waarin wij cijfers bijhouden op school maakt het voor het management mogelijk om daar “cijfers” uit te halen en ik wil uiteraard niet de “rode” docent zijn in het diagram van prestaties per docent. In alle eerlijkheid is dit iedere keer mijn reactie op de gepresenteerde cijfers. Pas in een later stadium komt de redelijkheid weer in mij naar boven en haal ik de vergeten variabelen weer tevoorschijn om de cijfers nog enigszins in het juiste daglicht te kunnen stellen. Hoe was de werkhouding van de klas? Hoeveel leerlingen met leer- en gedragsproblemen zaten er eigenlijk in de klas die zo matig scoorde. Hoe groot was deze klas? Welke leerlingen konden maar net bevorderd worden vorig jaar en hadden last van hun eigen opgeworpen achterstand? Heb ik mijn energie wel voldoende gestoken in de voorbereiding van de lessen of is alles opgegaan aan de voorbereiding van nieuwe ontwikkelingen in school?

En dan zomaar ineens gebeurt het weer! Ik tuimel zo weer de valkuil van de cijfers in.

Krijg ik wel voldoende uren slaap? Neem ik wel voldoende vitaminetabletten om gezond te blijven? Geef ik mijn gezin wel de kwaliteitsuren die in de statistieken als gemiddeld naar boven komen drijven? Doe ik “het” wel voldoende per week of ben ik degene die het gemiddelde in Nederland zwaar beïnvloed? Is mijn lichaamsgewicht wel het juiste? Blijf ik nog onder het gemiddelde aantal uren tv-kijken per dag? Hoeveel uren per dag ben ik met mijn mobiele apparatuur in de weer en is dat nog wel verantwoord? Klopt het eigenlijk wel dat mijn banksaldo iedere keer zo laag is? Is het aantal kinderen dat ik voortgebracht heb niet teveel? Hadden mijn kinderen eigenlijk wel de juiste citoscore?

Mijn "cijfer" voor het vak economie was het laagste "cijfer" dat ik haalde op mijn eigen examen. Dramatisch laag. Beschamend laag. Ik hoorde tot de groep leerlingen met het minste economische inzicht. Mijn docent “economie” herkent mij nog steeds als ik hem tegenkom op de studiedagen van de “Vereniging voor Economie Docenten”.

Need I say more?