27. sep, 2016

Meetbare "waarden" in het onderwijs.

Op het scherpst van de snede.

 

Cijfers publiceren en conclusies trekken, hoe zorgvuldig ook geformuleerd, zet de ontvanger van de boodschap op scherp. De cijfers in het onderwijs zijn altijd gerelateerd aan meetbare resultaten. Dat kan in ons onderwijs systeem ook niet anders want zo is het nu eenmaal ingericht. De vaardigheden van leerlingen worden gemeten door het afnemen van voornamelijk schriftelijke toetsen waarbij het behaalde resultaat in een cijfer is uit te drukken. Met als grote apotheose: het centraal schriftelijk eindexamen.

Het onderwijs kan zich niet alleen laten bepalen door enkel  metingen waarvan de resultaten cijfermatig te benaderen zijn. Er zijn andere aspecten in de ontwikkeling van pubers die ook een hele belangrijke rol spelen en waar het onderwijs een bijdrage aan levert. Maar hoe meet je dat? Welke vaardigheden moet je in kaart brengen om bijvoorbeeld de sociaal/emotionele  ontwikkeling van leerlingen te meten en waar is het schaalmodel dat de inspectie hanteert om scholen te beoordelen op deze “toegevoegde waarde?”

Ik zag vandaag de cijfers over de eindresultaten van onze school. Schoolexamencijfers worden vergeleken met de cijfers van het centraal schriftelijk eindexamen. De normen worden gepresenteerd als helder en doorzichtig en de kleuren geven aan hoe er “gescoord” is. Ook de school kan cijfermatig de “maat” genomen worden. De conclusie die werd getrokken deed mij tot tranen toe bewegen. Het moet beter! De cijfers moeten hoger. Er is zorg over de behaalde cijfers in de afdeling waar ik werk en de conclusie was simpelweg: “Het moet beter.” Met die conclusie “scoor” je in mijn ogen niet “hoog”. Cijfers zijn te veranderen door de totstandkoming ervan te beïnvloeden en daar is weinig creativiteit voor nodig. Daarmee is meteen de relativiteit van het “cijfer” weergegeven.   

Dat het "beter" ging vandaag was al meteen “zichtbaar”. Alleen ik kan dat niet vatten in een cijfer.

Na een vermoeiende werkweek lukt het nu “beter” om de situaties naar boven te halen waarin sommige leerlingen even boven zichzelf uitstegen:

-Een middag een joekel van een schip besturen waarop 20 van je medeleerlingen aanwezig zijn en geen enkele twijfel laten zien over je eigen stuurmanskunsten. 

-De top van een klimwand halen terwijl je eigenlijk jezelf nog nooit ergens aan opgetrokken hebt.

-Iemand die even in tranen was, troosten, ook al weet je dat deze leerling nooit tot je beste vriendengroep zal behoren.

-Meteen naar de juf sprinten om je helpende hand uit te steken als haar knie niet meer in beweging  wil komen en ze toch uit die kano moet klimmen.

-Alle kano’s netjes op een rij leggen terwijl de groepsdruk eigenlijk aangeeft dat dit helemaal niet “chill” is om te doen. De 75% van de leerlingen die zichzelf fatsoenlijk, bereidwillig en enthousiast hebben getoond op de watersportweek, lieten met deze vaardigheden zien dat zij “beter” zijn geworden.

En vandaag is het helemaal “gelukt” om een excellente school te zijn. Vandaag kwam één van de leerlingen die behoorde tot de 25% energievreters, zijn excuus aanbieden voor zijn gedrag. Aangedaan door de confrontatie met zijn begeleiders en zijn ouders, is hij tot inkeer gekomen en stak zijn hand naar mij uit: “Mevrouw Mosk, ik wil mijn excuus aanbieden voor mijn gedrag op de werkweek”. Ik weet nog niet hoe deze leerling op zijn toetsen zal gaan “scoren”. Misschien hoort deze leerling wel bij de groep die de cijfers negatief zal gaan beïnvloeden door zijn examen niet of nauwelijks te halen.

Voor mij geldt dat deze aantoonbare ontwikkeling ( ik voel de handdruk nog steeds) beoordeeld kan worden met een 10! En aan mijn schoolleiding de uitdaging om dit te verwerken in de “cijfers”.