24. sep, 2016

Conclusie na de watersportweek.

De conclusie ( na de watersportweek).

 

Ik heb toch behoefte om in iets scherpere bewoordingen een aantal ervaringen uit de afgelopen watersportweek, neer te zetten. Niet in de laatste plaats omdat ik bij aankomst thuis hyperventilerend en met een waterval aan vocht uit mijn hoofd, de belevenissen aan Peter heb verteld. Ik ben wel vaker hyperventilerend uit een werkweek thuis gekomen, maar doorgaans was deze ademstoornis te wijten aan de waterval van woorden die ik nodig had om uiting te geven aan de positieve ervaringen die ik had opgedaan. Deze keer overheersen er andere gevoelens. Ik ben prima in staat om de overige invloeden op deze gevoelens als ceteris paribus in het model van de beleving weg te zetten.

De groep leerlingen die zijn stempel heeft weten te drukken, behelst ongeveer een kwart van de deelnemers. Zoals ik al eerder aangegeven heb, weten zij op de 20-80 regeling geen uitzondering te maken. Deze ogenschijnlijk kleine groep eiste de meeste aandacht op. Op de eerste dag van afgelopen week lukte het mij nog redelijk om hun taalgebruik op een vriendelijke manier te corrigeren. Voor het woord “kanker” dat de standaard startterm voor iedere zin is die ze uitspreken, is gerust een alternatief te verzinnen. Er is ook heel goed uit te leggen dat het gebruik van deze term niet echt getuigt van een in verdere staat van ontwikkeling verkerend empathisch vermogen. Dat de leerbaarheid van deze groep al tijdens de eerste busrit tot een waar minimum gedaald is ( de bus ligt al na de eerste anderhalve reiskilometer vol met pepernoten, kauwgom en leeggedronken blikjes ) blijkt ook nog eens uit het feit dat het “woord” niet verdwijnt. Na vier dagen taalgebruik waarbij ik twijfel aan iedere evolutietheorie en moet constateren dat de ontwikkeling van de “soort” geen spectaculaire vormen heeft aangenomen, ben ik het meer dan zat.

Niet alleen het taalgebruik is oorzaak van mijn ergernis. Deze groep kenmerkt zich ook door een hoog niveau van egocentrisme. Een verontrustend hoog niveau. Eigen belang gaat voor alles. De honger moet gestild worden op de momenten dat deze zich aandient. Dorst lessen met water in plaats van frisdrank is ondenkbaar en de rust van Friesland wordt continu vervuilt door een hoop herrie uit een draadloze boom box. Langer dan een kwartier kunnen ze niet zonder hun mobiele telefoon en bij iedere opgedragen taak is de standaard reactie: “ Waarom moet ik dat doen?” Hun aandeel in het “geheel” ontbreekt  in alle opzichten. Ze zijn gewend aan een schoonmaakster thuis en weten zich geen weg met een bezem of schoonmaakdoekje en als zij daar al wel kennis van hebben genomen dan is de reactie op het verzoek om schoon te maken dat ze toch geen € 160,- betalen om schoon te maken? Alle activiteiten zijn “kanker” saai en de enige vraag die ze dan kunnen stellen is: “Hoe lang duurt het nog?”

Het is normaal dat er tijdens een werkweek gespeeld wordt met de grenzen. Dat is normaal gedrag in de puberteit en hoort dus ook thuis binnen een werkweek. Het gedrag dat ik deze week heb gezien gaat de grenzen van normaal ver te buiten. Als klap op de vuurpijl dringt zelfs de eisende opstelling van een ouder, de werkweek binnen. Op het moment dat ik met 20 leerlingen aan het zeilen ben, eist deze ouder dat ik haar te woord sta over gebeurtenissen op de werkweek die haar via haar kind ten gehore zijn gekomen. Terwijl de leerling de moeder op de luidspreker van de telefoon zet, nadat ik toch duidelijk had aangegeven dat ik deze moeder op dat moment niet te woord kon staan, kan ik niet anders dan weglopen. Ik ben op dat moment in staat om een mobiele telefoon een zeemansgraf te geven en dat zou alleen maar de aandacht van waar het wezenlijk om moet gaan bij deze leerlingen, weghalen. Bij thuiskomst en na een blik op mijn mobiele telefoon ( die ik niet bij me heb als ik op het water ben), blijkt dat de ouder geen enkel vertrouwen heeft in de begeleiders waarmee zij haar kind vier dagen heeft meegestuurd en dat zij ons gezag ondermijnt. Zij eist contact en dreigt zelfs met een aangifte. Een zeer kwalijk moment gedurende deze week. Maar het geeft ook aan waar mogelijk de wortel van het gedrag van deze groep ligt.

Van het onderwijs wordt verwacht dat zij haar opvoedkundige plicht ten aanzien van de leerlingen serieus neemt. De maatschappij is er het over eens dat binnen het onderwijs “opvoeding” een belangrijk onderdeel is. Ik heb inmiddels een kwart eeuw ervaring in het omgaan met deze leeftijdsgroep. Ik ben een bibliotheek aan boeken over opvoeden verder en zie dat mijn deskundigheidsbevorderingsuren in mijn normjaartaak voor een groot deel op school opgaat aan cursussen over “omgaan met pubers”. Iedere cursus een nieuw inzicht, een nieuwe term maar ondertussen een steeds extremer gedrag van leerlingen. Ik wil geen nieuwe inzichten. Ik heb ervaring genoeg en die ervaring is wat mij betreft meer waard dan welke nieuwe theorie dan ook. Zo verdomd arrogant wil ik hier wel even zijn. En mijn ervaring leert dat we met razende vaart terug moeten naar een opvoeding waar, in liefde en met aandacht voor het kind,  grenzen stellen en verantwoordelijkheid aanleren met stip op nummer 1 komt te staan. Een opvoeding waarin het normaal is dat een volwassene het referentiekader is en niet de leeftijdgenoten. Een opvoeding waarin gemeenschapszin weer een belangrijke plaats inneemt. Een opvoeding waarbij we onze taak als opvoeders serieus nemen en waarin we elkaar ook serieus nemen. Zeker een ervaren leerkracht op een werkweek.