21. sep, 2016

Watersportweek deel 2

 

Watersportweek deel 2

 

Net als de leerlingen, heb ik ook last van de enorme hoeveelheid prikkels en is het af en toe een hele kunst om alle indrukken een plek te geven. Er gebeurt veel als je met pubers, ver van huis, een paar dagen met elkaar door brengt. De tweede dag is een interessante dag.

Interessant omdat er vandaag gezeild en gesupt moest worden. Maar ook interessant omdat de ware aard van de leerling zichtbaar wordt na een nacht veel te weinig slaap.

 

Suppen betekent peddelen op een veredelde surfplank met de bedoeling dat je daarop blijft staan. Omdat ik dit jaar het voornemen heb om alle activiteiten ook “actief” mee te doen, hees ik mijzelf vanmorgen in een wetsuit om staand op een plank te gaan peddelen. Mijn verwachting was dat ik op een wiebelende plank niet verder zou kunnen “op” staan dan in hurkzit maar het viel niet tegen. Het lukte eerlijk gezegd heel erg goed om te staan op de wiebelplank en mezelf met peddels vooruit te bewegen. Omdat mijn verborgen talenten ook zichtbaar waren bij de externe begeleiders, werd ik benoemd tot bezemsuppeddelaar. Dat houdt in dat je als laatste in de groep peddelt en zo iedereen mee veegt door de route heen. Voor mij een aantrekkelijke positie want dan hoef ik dus helemaal niet mijn best te doen om als eerste aan te komen. Achter mij peddelde een meisje dat veel teveel kracht in haar armen had en daardoor zichzelf continu het riet in peddelde. Het lukt niet om de groep bij te houden en samen besloten we dat we onze eigen route zouden peddelen. We draaiden om en peddelden rustig terug. Zonder groepsdruk en verkeerd te interpreteren aanmoediging uit de groep, bleek ook dit meisje een waar natuurtalent. Voor mij was het een openbaring om te zien hoe de geest van de mens werkt. Haal de groep even weg en de individualiteit krijgt kans om te groeien en niet zonder resultaat.

 

De middag heb ik gevuld met zeilen. Met een kleine groep leerlingen proberen we de krachten van de natuur uit op een praam. Er hangt ook een buitenboordmotor achter en voor alle leerlingen geldt dat zij opgroeien in de technocratische maatschappij en dus “natuurkrachten” niet meer weten te herkennen. Om vooruit te komen met een zeilboot moet je volgens hen de motor aanzetten. Het zou ook kunnen dat zij niet meer gewend zijn aan een lager tempo van voortbewegen zoals we vanmiddag moesten ervaren, omdat er gewoon weinig wind was. Het doel van de leerlingen was: “ Zo snel mogelijk weer naar huis”. Dat gaat niet op een zeilboot. Het kost ze erg veel moeite om zich over te geven aan “dat-wat-is”. Als uiteindelijke de boot het imago heeft van een piratenschip en we de andere groep regelmatig voorbij zeilen, beginnen ze een beetje lol te krijgen in overstag gaan, het leren van de zeiltermen en het lastig vallen van de schipper met hun uitspraken. Ze praten de hele middag. Ik kan het me veroorloven om rustig te observeren. Het valt me op dat de gesprekken nogal inhoudsloos zijn en het tempo hebben van snel geformuleerde en verstuurde whatsapp berichten. Ik snap dat dit meer een objectieve observatie van mijn leeftijd is en het gebrek aan geduld dat ik heb om steeds naar ze te luisteren. De schipper heeft alle leerlingen een taak gegeven en laat ze na een korte instructie “los”. Ze ervaren wat er gebeurt als je niet snel genoeg reageert op de krachten van de wind. Ze ervaren wat het is om ergens verantwoordelijk voor te moeten zijn en zien de gevolgen als iemand dat niet zo serieus neemt.

Er stond weinig wind, maar precies genoeg om ze “dat” beetje mee te kunnen geven waar ze wellicht in de toekomst gebruik van kunnen maken. En dat maakt alle prikkels weer zeer de moeite waard om te verwerken. Ook al weet ik dat we misschien na 5 minuten alweer moeten aansturen op gedrag dat nog niet gekoppeld is aan “fatsoen”.