14. sep, 2016

Hittegolf

Hittegolf.

 

Zucht. Ik hou van de lente en de zomer. Ik hou van het lengen van de dagen en het licht van de zon. Zodra de dagen weer langer worden, kruip ik letterlijk uit mijn duistere periode die ik voorzichtig ‘winterdepressie’ noem. Als eerst de lente en dan de zomer zich aankondigen heb ik het gevoel dat ik weer kan leven. De zon weet dat. Ik praat regelmatig met die gele bol en verzoek haar dan vriendelijk om even te stralen. Maar de zon begrijpt mij niet meer. Ik overvraag haar echt niet. Ik ben best bescheiden van aard. De zon geeft nu wel heel veel. Zou ze iets goed te maken hebben?

 

De warmte heeft onze school ook in beslag genomen. Tropische temperaturen vragen om een heel ander ritme. Een verkort ritme zodat we net als de Zuid-Europese landen ‘s middags siësta kunnen houden. Het ritme is gelukkig verkort. De bedoeling van siësta snappen we volgens mij nog niet helemaal. Met gesmolten hersens heb ik al bij een vergadering gezeten waar de ijsjes voor verfrissing zorgden. Dat het niet goed ging in mijn bovenkamer was tijdens de les al duidelijk aan het worden. In mijn derde klas lijkt iemand niet te begrijpen wat het betekent om een schrift mee te nemen. Ik kijk al vier lessen naar vieze, voddige blaadjes en vraag al even zo vaak, bijzonder vriendelijk, of deze leerling misschien de moeite wil nemen om een schrift mee te nemen. Steevast volgt dan de belofte dat dit zeker de volgende les in orde is. Ik stapel geloof ik in rap tempo mijn eigen teleurstellingen op door deze leerling iedere keer weer het voordeel van de twijfel te geven. Toen het “vergeten” schrift, gisteren,  als excuus gebruikt werd om niet aan het werk te gaan, vloog mijn brein in brand. De zon had de kolen in mijn hoofd al opgewarmd en het vuur had maar een klein extra briesje nodig om flink aan te wakkeren. Als ik te maken krijg met gedrag dat in mijn ogen absoluut als “respectloos” betiteld kan worden, dan ontvlam ik overigens ook bij temperaturen ver beneden het vriespunt.

Vandaag ben ik maar even gaan afkoelen aan het strand. Tenminste, dat was de bedoeling. Ik ben naast licht ontvlambaar, ook nog belachelijk naïef. Ik dacht vanmorgen serieus de enige Nederlander te zullen zijn die het strand als afkoeling zou gaan opzoeken. In Bergen aan Zee ( Peter werkt in Alkmaar en is dus al dicht bij het strand ) was voor mijn kleine rode autootje geen enkel parkeer gaatje te vinden. Ik ken Bergen aan Zee nu op mijn duimpje. Ik reed achter een hele slinger auto’s aan die ook hadden ingeschreven op de siteseeing door Bergen aan Zee. Gelukkig kon de eigenaar van een dikke Audi niet parkeren tussen de struiken rozenbottels op een achteraf grasveldje en ben ik wel heel goed in achteruit inparkeren in de struiken. Het strand gaf zijn warmte al binnen 500 meter af en Peter was niet eens zo heel erg veel ‘te’ laat.

Hangend in het water met uitzicht op alle overige Nederlanders dacht ik: “ Ik heb gelijk, de aarde kantelt.”