9. sep, 2016

Proefondervindelijk onderwijs

De marketingmix.

Ik ben de leraar, de leerling en het geleerde tegelijkertijd.

Ik snap dat ik deze uitspraak moet toelichten. Hoewel er ogenschijnlijk sprake is van routine, leer ik ieder jaar nieuwe dingen. Ik leer andere manieren van uitleggen. Ik leer op nieuwe manieren omgaan met leerlingen. Ik moet nieuwe lesstof leren en aanleren. Ik geef mijn vak soms in een andere taal en dan moet ik een heel nieuw vocabulaire leren. Ik denk overigens vaak dat ik op routine mijn lessen draai en ik kom er dan tijdens de les achter dat ik eindelijk na al die jaren uitgevogeld heb hoe ik het beste de procentsommen kan aanleren, doordat ik mijzelf ineens op een hele andere manier zie stoeien met een verhoudingstabel. Verbazing maakt zich dan van mij meester. Verbazing over het “opkomen van het nieuwe” en meestal verbazing over het feit dat ik pas na zoveel jaren eindelijk lijk te snappen hoe ik de stof en de leerlingen het beste kan benaderen.

De eerste jaren van mijn onderwijs carrière vulden zich, naast het lesgeven, hoofdzakelijk met het voorbereiden van mijn lessen. Dat deed ik ’s avonds.  Iedere les bereidde ik voor. 10 Jaren lang. De inhoud van mijn vak wijzigde op details maar bleef in hoofdlijnen hetzelfde en iedere keer weer voelde ik me onzeker over mijn vaardigheden en kennis en dook ik weer in de boeken en schreef ik lesplannen. Stel je voor dat een les zou mislukken omdat ik hem niet grondig had voorbereid. Na 10 jaar kwam er een moment van bezinning en reflectie ( lees; geen zin meer in het voorbereiden) en vond ik het tijd worden om eens wat losser met mijn lessen om te gaan ( lees; de voorbereiding af te schaffen). Ik hield mijn wandaad angstvallig geheim maar genoot wel van de winst. Mijn lessen werden beter en er kwam ruimte voor experimenten. Er ontstond ruimte voor het “onvoorspelbare”. ( Er kwam ook ruimte om weer eens een serie op t.v. te kunnen volgen, meer aandacht te besteden aan het welzijn van mijn kinderen en ik kreeg ineens ook een sociaal leven.)

Mijn lesvoorbereiding is tegenwoordig niet meer zo uitgebreid. Ik kijk naar de onderwerpen en weet dan heus wel welk digitaal materiaal daar bij past, welke grappen ik kan vertellen, waar de moeilijke sommen komen en hoe ik de luwe momenten in de les moet opvullen. Dat is het grote voordeel van ervaring. Nieuwe ideeën ontstaan tijdens de wandeling van de docentenkamer naar het lokaal. Zo ook vandaag. Op het programma van de derde klas stond: “De marketingmix.” Dat kun je als docent heel levendig en boeiend vertellen met een bord volgeschreven theorie. Ik heb daar zelf best veel lol in. De leerlingen meestal niet. Zij vinden dat ik te lang aan het woord ben en teveel op het bord schrijf. Dit jaar is de theorie van de marketingmix ook wat uitgebreider geworden i.v.m. het nieuwe examenprogramma economie. Dit jaar is het ook warmer dan andere jaren en terwijl ik naar de klas loop komt het idee in mij op om eens ‘proefondervindelijk” onderwijs aan te bieden. We gaan naar buiten. De wandeling naar het nabijgelegen winkelcentrum duurt maar 10 minuten en welke plek is nu leuker om de marketingmix te leren kennen dan een winkelcentrum? De klas is snel verdeeld in groepen en ieder groepje kreeg de opdracht om te kijken op welke manieren de winkeliers hun klanten naar binnen proberen te lokken. Als je met een vmbo-t 3 klas naar buiten gaat moet je heel precies zijn in je instructie. “Nee, je mag niet met z’n allen naar de Albert Heijn.”

De manier waarop de leerlingen van de derde klas van het vmbo met proefondervindelijk onderwijs omgaan is heel divers. De wandeling ervaren zij in alle gezamenlijkheid, als erg zwaar en bij aankomst in het winkelcentrum ontstaan de verschillen. Vier jongens moesten naar de Primera. In de klas gedragen deze jongens zich op een pittige, nadrukkelijke wijze. Bij de Primera stonden zij met een mond vol tanden en konden bijna niet verzinnen dat het assortiment wel erg groot was. Iedere zin in hun schrift is voor de helft voorgekauwd door mij. Op het bankje bij de groenteman zie ik een groepje meisjes zitten die, met de arceerstiften in de aanslag, alles opschrijven wat zij zien en ook nog aan een klant vragen waarom deze haar groente bij deze groenteman koopt. Ondertussen verbaas ik mij erover dat de andere 18 leerlingen als sneeuw voor de zon verdwenen zijn. Ik krijg het daar een beetje benauwd van en mijn wantrouwen neemt ongekende vormen aan. Had ik dit onderdeel van de les niet iets beter moeten voorbereiden? Staan ze nu allemaal stiekem toch bij de Albert Heijn? Ik begin verhit heen en weer te lopen en bedenk me dan dat ik me maar beter aan de gemaakte afspraak kan houden en ga zitten op het ‘centrale’ bankje. De afspraak was dat ik daar zou wachten op de terugkomst van mijn klas. Een kwartier voor de afgesproken tijd zie ik dat al mijn leerlingen om mij heen staan bij het bankje en hoor ik flarden van hun bevindingen. Als ik het startsein geef voor de terugtocht, tel ik onopvallend de hoofden en zie ik dat ik gevolgd word door mijn voltallige klas. Druk pratend en genietend van het “proefondervindelijke” onderwijs.

Ik vraag me alleen wel af wie hier het meeste “proefondervindelijk” is onderwezen?