2. sep, 2016

HNSIBS

Van start.

 

Van start gaan in het onderwijs betekent dat je de eerste week na de vakantie je bed inrolt op een tijdstip dat de kippen nog niet eens op stok gaan. De startweek ( die naam stamt nog uit de tijd dat de eerste week ook een echte opstart ‘week’ was) bestaat nog slechts uit anderhalve dag die gevuld wordt met vergaderingen waarin ik aan niets anders kan denken dan aan mijn eerste lessen en hoe die te geven. Ik mis meteen allerlei belangrijke informatie omdat ik lijd aan een concentratiestoornis die in de wetenschappelijke literatuur nog geen naam heeft gekregen. Ik lijd aan ‘het-nieuwe-schooljaar-is-begonnen-stress”, kortweg HNSIBS.

 

HNSIBS is een veelvoorkomend stress-syndroom onder onderwijsgevenden en iedereen die aanverwante taken heeft in het onderwijs. Onze school is zo groot en ik heb zoveel collega’s dat mijn eerste HNSIBS verschijnselen zich al aandienen als ik na de vakantie de docentenkamer betreed. De schoolcultuur schrijft voor dat je iedereen begroet en vraagt naar zijn vakantie-ervaringen. Ik kan net 2 collega’s begroeten voordat de plenaire vergadering begint. Ik weet dat ik nog tot ruim in 2017 bezig zal zijn met begroeten eer ik iedereen fatsoenlijk gesproken heb. HNSIBS betekent dat ik de begroeting verder maar oversla. ( Hoewel dit ‘niet’ begroeten misschien ook is ontstaan uit het feit dat we een vakantieweek hebben moeten inleveren en ik nu op hetzelfde tijdstip op ‘mijn’ school moet zijn als mijn jongste zoon op ‘zijn’ school. Hij wil niet alleen zijn nieuwe groep inlopen en heeft zijn moeder nog even nodig voor het opbouwen van een gezonde portie zelfvertrouwen en kan mij pas loslaten als hij zijn nieuwe tafel in groep 4 heeft gevonden. Die tafel moet wel snel gevonden worden want ik heb geen geduld voor zijn problemen met onthechten. Ik lijd immers aan HNSIBS.)

 

Als de eerste vergaderdag achter de rug is, stijgt de HNSIBS tot ongekende hoogte. De volgende dag komen namelijk de leerlingen uit mijn mentorklas kennismaken, roosters en boeken ophalen, moeten zij fatsoenlijk op de foto en gaan zij elkaar in 20 minuten tijd van haver tot gort leren kennen omdat ik een kennismakingsspel met ze doe waarin hun hele ziel en zaligheid meteen voor het oprapen ligt. Nipt op tijd bemachtig ik de roosters die net vers van de pers komen en zijn vermenigvuldigd op machines die in één dag aan hun maximale toelaatbare draaiuren komen. In het lokaal waar ik mijn mentorklas ga ontmoeten start ik de computer om mijzelf binnen 5 minuten te voorzien van alle relevante informatie over mijn nieuwe klasje zodat ik geen ‘domme’ uitspraken doe die tegen mij gebruikt zouden kunnen worden. Ik ontvang de leerlingen en verberg met een vage glimlach dat ik aan HNSIBS lijd. Ik probeer  in de eerste minuten al voor elkaar te krijgen dat ik iedereen bij naam ken, want dan voelen ze zich vast heel erg gezien en welkom. Ik haal de namen van de jongens in mijn klas flink door elkaar. Iedereen die Bart heet heeft voor mij een Martijn-hoofd en als je eruit ziet als een gezonde Hollandse jongen, dan raakt mijn brein behoorlijk in de war als er een buitenlandse naam aan gekoppeld moet worden. Namen leren in 5 minuten is voor iemand met HNSIBS niet mogelijk.

Bij het geven van de uitleg over het rooster en de bijbehorende opdracht, moet ik meteen een beroep doen op eerder opgedane kennis uit eerder gevolgde cursussen, want er zit een leerling in mijn groep die de opdracht weigert te maken en in zijn pleidooi de halve klas probeert mee te krijgen. Daar gaat mijn glimlach en mijn mondhoeken hangen alweer naar beneden. Typisch een HNSIBS verschijnsel. Als de onwelwillende leerling kennis heeft gemaakt mijn pedagogisch-didactische vaardigheden en de klas rustig werkt aan de opdracht, zie ik tot mijn schrik dat het tijd is voor de fotograaf. De fotograaf maakt de foto’s op de derde verdieping en ik zit met mijn klas in de catacomben van de school. Rennen dus. Op de derde verdieping is de temperatuur gestegen tot ongekende hoogte. Heel veel leerlingen wachten daar om vereeuwigd te worden. Ik baan mij een weg door al deze bezwete en wachtende zielen om de barcode kaartjes te zoeken die ik moet uitdelen. Als we allemaal op de foto staan rennen we naar beneden om met elkaar een klassenfoto te maken. Onderweg verlies ik een paar leerlingen en het resultaat is een incomplete klassenfoto. Het maken van de klassenfoto en het ophalen van de boeken is voor mijn nieuwe klas het laatste programma onderdeel. Voor mij ook. Meer prikkels kan ik niet aan. Ik lijd immers aan HNSIBS. Maar er wachten nog een startgesprek, een voorbereiding van een ICT bijeenkomst, het maken van een kruiswoordpuzzel met een online programma dat mijn puzzels niet opslaat zodat ik al voor de 8e keer een nieuwe aan het maken ben, achter aansluiten in de rij bij het kopieerapparaat om de kruiswoordpuzzel te vermenigvuldigen, het reeds gedrukte materiaal voor de economie lessen die ik in het Engels geef ophalen, een plek zoeken in de kast voor mijn tas, ondertussen nog roepen over de gang naar collega’s die ik misschien vergeten ben te groeten en niet vergeten om op tijd naar huis te gaan om nog enigszins fris en fruitig te kunnen luisteren naar de verhalen van Peter en zijn ervaringen met de eerste schooldagen op zijn school.


Ik kijk uit naar de eerste lessen. Dan kan ik lekker uit rusten.