1. jun, 2016

Leuk

Een ‘leuk’ verhaal omdat het eruit ‘moet’.

Onderwijs moet tegenwoordig vooral ‘leuk’ zijn. De primaire missie van een docent is veranderd van kennisoverdracht op een nuttige, verantwoorde wijze naar kennisoverdracht op een aantrekkelijke, leuke wijze. Met leuk wordt bedoeld; het aanbieden van de lesstof op een manier waarbij voorkomen wordt dat de leerling zich na vijf minuten al te pletter verveeld. Dat past dan weer geheel in de huidige tijd waarin leerlingen zich in hun sociale verkeer en dagelijkse bezigheden niet langer dan hooguit vijf minuten kunnen concentreren op dat waar ze mee bezig zijn, omdat de prikkels in hun omgeving hen dwingen voortdurend te wisselen van aandacht.

Mijn vak leent zich niet zo goed voor ‘leuk’. Het leent zich vooral voor ‘doen’. Nou kan ‘doen’ ook heel ‘leuk’ zijn als het gaat over het beantwoorden van een WhatsApp bericht of het spelen van het spelletje slither op je smartphone. Helaas sluit het begrijpen van het ontstaan van de Europese Unie, het uitrekenen van een begrotingstekort van de overheid en het nadenken over te nemen maatregelen van de overheid om de vergrijzing te kunnen bekostigen net als het rekenen met vreemde valuta niet erg aan bij het woord ‘leuk’. De woorden ‘moeten’ en ‘doen’ passen hier beter.

Vroeger was school ook niet ‘leuk’. School zal nooit ‘leuk’ worden zolang de leerplichtwet voorschrijft dat je naar school ‘moet’. Geen enkele leerling in mijn klassen bezit al de vaardigheid dat hij of zij lange termijn doelen kan stellen en daarmee kan inzien dat leren misschien in verband gebracht kan worden met een goede toekomst.

Toen ik een vrolijk klein meisje was vond ik het lezen van boeken heel erg ‘leuk’. Toen de school mij verplichtte om voor mijn boekenlijsten te ‘moeten’ lezen heb ik in zeer korte tijd een weerzin tegen lezen opgebouwd ondanks dat de boeken van Mulisch, Wolkers, Reve en ’t Hart mij een kijkje boden in een wereld die mij nog volstrekt vreemd was. Ik moest zo allemachtig veel lezen dat ik iedere letter die ergens op papier verscheen al bij voorbaat verafschuwde om zijn letterige bestaan. Op geen enkele wijze bracht ik lezen in verband met ontspanning, nieuwe werelden en het ontstaan van eigen creativiteit. Ik worstelde mij door de wereld van de literatuur heen in vele avonden, herfstvakanties, kerstvakanties en zomervakanties. Mijn docent Nederlands had geen computer waarmee hij mij met een spelletje ‘kahoot’ kon verblijden. Ik ging naar de bibliotheek en zocht in de mappen met de samenvattingen naar de meest uitgebreide samenvattingen en stelde mijn boekenlijst samen op grond van de gevonden samenvattingen die ik mogelijk kon inzetten om mijn mondeling Nederlands te halen op een uiterst effectieve wijze: zo min mogelijk inspanning met zo veel mogelijk resultaat.

Voor mijn mondeling Duits was het vooral nuttig om uit te zoeken waar de literaire voorkeur van de docent lag. Die lag bij Goethe. Niet bepaald mijn voorkeur. Mijn voorkeur ging uit naar Duitse literatuur die beschreven werd op één bladzijde in simpel en begrijpelijk Duits. Maar het spelletje was simpel: Goethe moest in ieder geval op de lijst verschijnen en dan wist je zeker dat je hele mondeling over dat boek zou gaan. Iphigenie auf Tauris was de dunste Goethe die ik kon vinden. Ik begreep geen moer van dat boekje maar dat was op te lossen door een andere docent in te schakelen om mij in de wereld van Iphigenie in te wijden. Opgelost. Zitten en beginnen over Iphigenie nog voor de docent maar de gelegenheid kreeg om eens ‘leuk’ te doen en een ander boek op mijn lijst uit te zoeken om over te praten. Grote kans dat ik die dan net niet gelezen had.

Vakken die ik niet ‘leuk’ vond verdwenen uit mijn vakkenpakket en tot mijn grote ergernis moest economie erin blijven omdat ik anders wel een heel uitgedund pakket zou volgen. Gelukkig werd ik in die tijd verliefd en kon ik bij economie naast de jongen gaan zitten waar ik mijn hart aan had verloren. Dat maakte het ‘moeten’ een beetje ‘leuk’. Dat hij overal beter in was en zeer gedisciplineerd kon werken vond ik minder ‘leuk’. Mijn intrinsieke motivatie begon te bestaan uit de wedstrijd om een keer een hoger cijfer te halen dan hij altijd haalde. Dat is hopeloos mislukt maar was wel even heel erg ‘leuk’.

Met terugwerkende kracht kan ik pas zien dat mijn schoolperiode een bijdrage heeft geleverd aan mijn kwaliteit van leven. Toen had ik nooit kunnen bedenken dat ik ooit eens een docent zou worden die aanschopt tegen ‘ leuk’ en vindt dat leerlingen zich met regelmaat hebben te onderwerpen aan ‘moeten’. En dat alles op de school waar ik zelf vroeger zoveel ‘moest’.

Leuk!