24. mei, 2016

Tweede corrector

Tweede corrector.

Deze tijd is in een schooljaar een hele rare tijd. Het is een hele drukke tijd omdat er examens nagekeken moeten worden en ik niet kan slapen. Drie jaar, soms vier, heb ik de leerlingen die nu examen hebben gedaan, hier naartoe begeleid. Ik weet uiteraard wel dat de helft van het cijfer al binnen is en dat een stressreductie zou kunnen bewerkstelligen van 50%, maar zo werkt het niet. Het examen is niet alleen voor de leerlingen een proeve van bekwaamheid. Ik doe ieder jaar ook examen en een trouwe lezer weet wat examen doen voor mij betekent.

Slapen zit er niet in. Hoewel ik mezelf aangeleerd heb om het examen in etappes na te kijken en er niet als een razende Roelie doorheen te sjezen, blijven sommige antwoorden van leerlingen in mijn hoofd doormalen. Vooral de vage antwoorden waar het antwoordenmodel en de examenbespreking mij niet verder mee helpen. Ik twijfel dan of ik iets goed of fout moet rekenen. Dat komt omdat ik na drie jaar, soms vier, redelijk ik het hoofd van de leerlingen kan kijken en snap wat ze bedoelen, alleen dat staat er dan in zo een gebrekkig Nederlands dat ik ze liever meteen doorstuur naar de inburgeringscursus om hun moederstaal op peil te brengen. De hoofdvraag is altijd; wat gaat de tweede corrector doen met dit antwoord?

De tweede corrector is iemand die ik niet ken en veelal ook niet wil kennen. In de dagen dat de tweede corrector kan gaan bellen, is mijn telefoon verworden tot een communicatiemiddel waar ik iedere vijf minuten over twijfel of ik het bestaansrecht ervan zal beëindigen. De tweede corrector is namelijk in het bezit van het zwaard van Damocles en kan bij een twist over het antwoord met de botte bijl gaan hakken. De tweede corrector is niet iemand die mijn werk nog eens controleert om te kijken of ik consequent en in de lijn van het antwoordenmodel heb nagekeken, de tweede corrector is iemand die mijn leven even in handen heeft met zijn of haar oordeel over mijn nakijkwerk. Als de tweede corrector belt heb ik altijd iemand aan de lijn die heel goed op de hoogte is van alle economische feiten die ik dan terstond vergeten ben. Alle collega’s die examenkandidaten hebben kunnen zich vinden in het bovenstaande getuige de vele malen dat ik in deze periode de vraag krijg of de tweede corrector al gebeld heeft en hoe het gesprek is gegaan. Opgelucht vertellen zij dan dat zij het gesprek al achter de rug hebben en dat het goed gegaan is. Dat kan ik ook wel zien, want ze staan nog levend voor mij.

Op het moment dat ik het examenwerk inlever om opgestuurd te worden naar de tweede corrector krijg ik spontaan last van het ‘lege-nest-syndroom.” Ik geef mijn kinderen uit handen aan de grote boze buitenwereld en ik hoop dat ik ze zo opgevoed heb dat zij de tweede corrector zelfstandig zullen kunnen weerstaan. Lijfelijk zijn mijn kinderen al niet meer aanwezig en het enige tastbare bewijs dat ik even hun economische moeder was geef ik ook nog uit handen. En dan is het wachten op het oordeel. Heb ik ze goed opgevoed en zijn ze klaar om het nest te verlaten? Van sommige weet ik dat inmiddels heel zeker. Zij hebben een score gehaald waaraan zelfs de tweede corrector niets meer kan doen om ze alsnog terug te dirigeren naar het nest. Ik maak me zorgen om mijn kinderen die bibberig en wankel hun eerste stappen in de wereld van de volwassenen willen zetten. Ik weet wel dat ze het eigenlijk heel goed kunnen, maar hun score en de tweede corrector zeggen misschien iets heel anders.

Ik ben klaar met het nakijken van het examen van mijn eigen leerlingen. Nu rest mij nog de schone taak van het nakijken van het werk van iemand anders. Als tweede corrector.