20. apr, 2016

Driehoeksgesprekken

Driehoeksgesprekken

Driehoeksgesprekken zijn ronduit geweldig. Geen ‘must’ maar een waar feest. Leerlingen op onze school bereiden twee keer per jaar een gesprek voor over hun vorderingen en hebben hun mentor en ouder(s) als publiek en kritische vragenstellers. In het VMBO worden de leerlingen een beetje op weg geholpen met een PowerPoint format. Ik heb dan een afstandsbediening voor ze in de aanbieding zodat ze zich niet kunnen verschuilen achter een bureau met computer om de PowerPoint te bedienen, maar ze mogen vrij voor hun publiek optreden. Dat is natuurlijk erg onwennig. Ook al loop je thuis in je blote kont van de badkamer naar je kamer en weer terug en kom je op je route je ouders tegen, een praatje houden over hoe het met je gaat op school is van zo een andere orde dat zelfs het schaamrood op de kaken verschijnt in het bijzijn van je eigen ouders.

Gisteren stak de helft van mijn klasje van wal over de vorderingen. De zenuwen gierden door de keel en werden nog versterkt door een mentor die pas haar mond open deed op het moment dat de leerling vroeg of er nog vragen waren. Wat me opvalt aan de gesprekken is de vlijmscherpe zelfanalyse van mijn leerlingen. Of liever het snoeiharde oordeel dat ze over zich zelf vellen. Waar ik in de 10-minuten gesprekken nog vol begrip over allerlei situaties kon zijn, zijn de leerlingen scherp en doortastend over hun werkhouding en schoolprestaties. Veelal is het advies dat zij zichzelf geven: “Ik moet gewoon meer aan mijn huiswerk doen en beter mijn zaken organiseren.” Als ze daarmee denken de kolen uit het vuur genomen te hebben, slaan ze de plank uiteraard mooi mis. Hier valt immers flink op door te vragen. Mijn natuurlijke neiging is om zeikerig door te vragen naar het hoe en waarom van een eventuele ‘luie’ houding t.a.v. het schoolwerk. Uiteraard zijn er leerlingen die baat hebben bij mijn gezeik en niet meer weg mogen vluchten in het zoeken naar een oorzaak die buiten henzelf ligt. Maar gisteren werd ik door de aanblik van de scoutingfoto’s op de PowerPoint zo geroerd door de kwetsbaarheid van deze leeftijd dat ik het over een totaal andere boeg gegooid heb bij sommige leerlingen. Gisteren dacht ik: “Ik zet in op zoeken naar de kracht van leerlingen.” Ook al gaat er ogenschijnlijk helemaal niets goed op school, er is altijd iets dat wel goed gaat en het leek mij een uitdaging om zelfs dat kleine ietsiepietserige dat wél goed gaat flink uitvergroot aan de orde te stellen. Wat doe je goed, wat werkt en kun je daar dan meer van doen. Als het lukt om af en toe goed op te letten tijdens de les en je daardoor eigenlijk best veel onthoudt, dan is goed opletten tijdens de les een vaardigheid waar je meer van kan doen.

Voor me stond een uiterst kwetsbare jongen. Zijn PowerPoint niet voorbereid maar wel volgeplakt met foto’s van de scouting. In mijn voorbereiding was iets grondig mis gegaan, ik had geen zakdoeken bij me. Wat me overviel is de discrepantie tussen de verharding van de maatschappij, een maatschappij die uitsluit i.p.v. omarmt en de intense kwetsbaarheid en ‘eenzame’ zoektocht om je staande te kunnen houden in een wereld die als steeds agressiever wordt ervaren. Vechten voor je plek. De harde leegte van de cijfers en de normen en het falen daarin omdat de druk zo groot is. Hij kon iets heel erg goed. Hij kon stil zijn en opletten. Toen deze leerling doorhad dat hij daar heel goed in was bleef de groeispurt niet uit. Hij steeg boven zichzelf uit, vergat te stotteren en begon te glimmen van trots dat hij wél iets kon!