6. apr, 2016

De mislukte les.

De mislukte les.

Werken in het onderwijs is topsport. Het is een beroep dat je voornamelijk staand uitoefent en daarmee verbrand je heel veel calorieën, aldus een collega die de hele dag sport met zijn leerlingen omdat hij nu eenmaal lichamelijke opvoeding geeft. Dat is dus lesgeven op een Olympisch niveau. In mijn strijd tegen de kilo’s ben ik uiteraard heel jaloers op het vak dat hij geeft. Maar goed, deze richting wil ik eigenlijk helemaal niet op met dit stukje.

Ik reed vandaag in de auto naar huis, bijkomend van een andere vorm van topsport- een kind opvoeden- en dacht: “Wat is eigenlijk een mislukte les?” Op woensdag werk ik niet in het onderwijs maar schiet er regelmatig een onderwijs-gerelateerde gedachte door mijn hoofd. Peter staat op woensdag wel voor de klas en toen hij thuis kwam vroeg ik hem of hij wel eens een les laat mislukken? “Huh,” lijkt aardig op de reactie die hij gaf. “Wat bedoel je met ‘een les laten mislukken’?”

Dat weet ik dus eigenlijk niet. Als ik les geef ben ik inderdaad aan het topsporten. Ik stretch, rek, buig en schop de leerlingen de kant op die ík altijd wil in een les. Op naar de vastgestelde einddoelen van het curriculum en een beetje een fatsoenlijk cijfer voor het eindexamen, zodat ik óók aardig voor de dag kom. Want laten we wel zijn, een laag gemiddeld cijfer voor het eindexamen ligt per definitie aan mij en mijn manier van lesgeven en niet aan de leerlingen die ik dat jaar voor mij heb gehad. Dus ik topsport ze richting het door mij vastgestelde doel voor die les. En ik wijk voor geen meter van dat doel af. Kom bij mij niet aan zetten met de vraag of er voor de vakantie een film gekeken kan worden, of de mededeling dat je zo moe bent op vrijdag het 4e lesuur. Ik ben daar zo super allergisch voor dat ik als enige reactie kan laten zien dat er nog een hoger doel te behalen is. Doorwerken tot het gaatje en je erbij neervalt. Een les mag van mij niet mislukken.

Maar wat als ik het door mijn gestelde doel eens niet haal? Wat als ik wél eens ruimte geef voor het persoonlijke verhaal dat de klas kwijt wil, zonder na 5 minuten geïrriteerd op de klok te kijken omdat er lestijd gemorst wordt. Wat als ik minder gestrestst reageer op de digitale middelen die vaak als een slak reageren op mijn moordende tempo. Zal ik die collega die te lang in het lokaal blijft zitten omdat hij nog iets aan het afsluiten is, een keertje niet weg kickboksen? Is het erg dat ik een keer te laat kom omdat een collega mij op de gang nog informeert over een leerling uit mijn klas? Kan ik langer aan de koffietafel blijven zitten omdat er net een discussie voorbij komt die gaat over leerlingen die blowen en hoe we daar als school mee om zouden kunnen gaan? Zal ik mijn doelen eens wél afstemmen op het energieniveau van de leerlingen? Zal ík eens een les achterover gaan leunen en mezelf de ruimte gunnen om te kijken wat er dan gaat ontstaan?

Ik heb inmiddels van het leven al een stevige les gekregen. Er is géén regie te voeren op “leven”. Hoe relatief is dan de regie die ik voer op de les?

Netjes zitten, werken en je in stilte concentreren, zouden wel eens de ingrediënten kunnen zijn van een les die compleet mislukt is.