23. feb, 2016

De les 'belastingaangifte'

Belastingaangifte.

Gelukkig verdwijnt dit onderdeel uit het examenprogramma economie voor het vmbo. Al een paar jaar vraag ik me af waarom ik leerlingen uitleg hoe de belasting berekend moet worden nu de belastingdienst het digitale tijdperk is binnen getreden. Dit jaar dus voor het laatst.

De aangifte inkomstenbelasting uitleggen aan vmbo leerlingen is een zeer intensieve klus. Ik gebruik alleen het bord en laat de opbouw van de aangifte op het bord ontstaan. De klas is meteen verdeeld in leerlingen die volgen wat ik zeg en leerlingen die bij het eerste woord ‘box’ terug denken aan de tijd dat zij in de luiers, getralied de dag door kwamen. Dat het woord ‘box’ een andere betekenis kan hebben gaat er bij hen niet in. Een lesuur van 80 minuten is bij de belastingaangifte nauwelijks genoeg om de overstap te kunnen maken van de ‘box’ waar je veilig in speelde naar de ‘box’ waar je nu aangifte in doet en dan niet eens op een politiebureau, maar gewoon in de klas met een docent voor het bord.

Ik baal er ook altijd van als er leerlingen afwezig zijn tijdens deze lessen. Het is al een klus om aan drie klassen de boel één keer uit te leggen. Twee keer lukt ook nog wel maar bij de derde keer krijg ook ik een hekel aan boxen, bruto jaarsalarissen, voorheffing, naheffing, eigenwoningforfait en hypotheekrente aftrek. Ooit heb ik op een nascholingscursus geleerd dat je beter kunt vragen naar de reden van ‘niet’- luisteren als je jezelf voor de derde keer hetzelfde hoort zeggen. Een bevrijdend inzicht en heel toepasbaar. Behalve bij de belastingaangifte. Daar heb je aan drieëndertig keer nog maar net genoeg om de stof over te brengen.

Toch is er ook een keerzijde te bespeuren aan het verdwijnen van dit programmaonderdeel. Op een niet te verklaren wijze lijkt het alsof de leerling bij het woord belastingaangifte een importantie bespeurt die hen alert bij de les houdt, ook al begrijpen ze er geen flikker van. Ik vermoed dat mijn theorie van ‘leren door nadoen’ hier zijn wetenschappelijke grondslag heeft gevonden. Iedere Nederlander die belastingaangifte moet gaan doen neemt een zuchtende en steunende aanloop naar het moment suprême. Hoewel de aangifte zelf een fluitje van een cent is geworden, is het zuchten en steunen om de aangifte zwaar ingeburgerd gedrag in ieder huishouden en dat krijgen de leerlingen van nature mee in de opvoeding. Dus bij de introductie van de les ´belastingaangifte´ maakt het eindelijk een keer niet uit dat het al het laatste lesuur is of het eerste lesuur ( beide lestijden gelden in de regel als zwaar voor de leerlingen), tijdens de les ‘belastingaangifte’ is het eindelijk geoorloofd om de les zuchtend en steunend door te brengen. Tijdens de les ‘belastingaangifte’ is het heel legitiem om het vak economie verrot te schelden omdat je er niets van begrijpt. Half Nederland doet dat immers bij de ‘belastingaangifte.’ Tijdens de les ‘belastingaangifte’ mag je de wanhoop nabij zijn en heeft iedereen daar eindelijk een keer begrip voor. Tijdens de les ´belastingaangifte’ is het eindelijk heel normaal dat je veel fouten maakt. Tijdens de les ‘belastingaangifte’ mag je de docent uitschelden zonder dat dit schadelijke gevolgen heeft voor je schoolloopbaan.

En de docent is net als de belastingdienst. Druk in de weer om het makkelijker te maken maar zeker niet leuker.