13. feb, 2016

Regieversterkend handelen

Aan het werk!

Was het maar zo simpel. Tegenwoordig krijg je leerlingen met deze simpele uitspraak niet meer aan het werk. Op de cursus ‘regieversterkend handelen’ heb ik afgelopen week geleerd dat het een ten dode opgeschreven uitspraak is. Geen enkele leerling zal uit deze uitspraak nog een motivatie halen om aan het werk te gaan. Werk dat ik opleg. Hard werken dat ik even daarvoor voorgedaan heb bij de klassikale uitleg van de stof. Hard werken dat ik voorgedaan heb door de toetsen de volgende les weer terug te geven die ik, gehinderd door behoefte aan slaap,  in sneltreinvaart en met hard werken heb nagekeken. Ergens in de ontwikkeling van jonge mensen stoppen ze met nadoen en ontwikkelen ze een eigen wil. Dat is ook de bedoeling maar het tempo waarin zij een eigen wil ontwikkelen loopt niet synchroon met mijn afbouwen van verantwoordelijkheden. Ik blijf me te lang verantwoordelijk voelen voor de werkhouding van leerlingen terwijl zij heel snel laten doorschemeren daar geen enkele verantwoordelijkheid voor te willen dragen.

Afgelopen vrijdag werd ik weer met mijn neus op de feiten gedrukt. Hard werken gaat niet vanzelf. Niet werken echter gaat vloeiend. Op onze school is er een flitsende term uitgevonden voor uren waarin leerlingen zelfstandig aan opdrachten moeten werken. Als docent heb je de taak om het zelfstandig werken te stimuleren en te begeleiden. In de praktijk betekent dit dat je als een gespleten persoonlijkheid jezelf probeert op te delen tussen orde houden in het klaslokaal waar leerlingen niet werken en het leerplein waar zij achter een computer met van alles en nog wat bezig zijn maar wat met een snelle beoordelende blik van mij nog weinig met de uitstaande opdracht te maken heeft. Mijn regieversterkend handelen bestaat uit een hardloopwedstrijd tussen het klaslokaal en het leerplein en het telkens maar stellen van de vraag: ‘Wat ben je aan het doen?’ Pas als ik op een krukje tussen de leerlingen plaatsneem laten zij hun nevenactiviteiten even voor wat het is en gaan voor een paar luttele seconden aan het werk. Ik kan niet lang op het krukje zitten want dan zie ik uit mijn ooghoeken leerlingen uit het lokaal verdwijnen naar plekken in de school waar ik ze niet heen gestuurd heb. Ik vraag aan één van mijn mentorleerlingen wat zij denkt dat ik haar ouders zou vertellen als ik haar ouders zou informeren over haar werkhouding. Een verpletterend antwoord. Zij geeft meteen grif toe dat ik dan zou zeggen dat zij niet werkt. Ik ben bijna blij met dit verworven inzicht ware het niet dat erachteraan komt: ‘Maar dat vinden mijn ouders niet erg want ik sta gemiddeld voldoende.’ Ik krijg mijn kaken niet meer fatsoenlijk op elkaar en blinde vlekken maken zich van mij meester. Elke opgedane kennis over regieversterkend handelen, verdwijnt als sneeuw voor de zon. Deze casus hebben we niet besproken.

Tijd is gelukkig in het onderwijs nog geen illusie en het verlossende einde van de les is aangebroken. Mijn kaken klemmen weer en ik wacht bij de deur de leerlingen op voor de volgende les. Het zijn leerlingen van de vierde klas. Een aantal van hen heb ik ook al vier jaar voor mij zitten terwijl je in de verkorte route mij maar drie jaar ziet voor het vak economie. Zij hebben gekozen voor het uitgebreide pakket inclusief een jaartje niet werken. Ik moet bij de deur staan want zelfs al volg je de lange route, je jas op de kapstok hangen is een lesonderdeel dat na vier jaar nog steeds niet begrepen is. Ik zeg het toch echt al vier hele lange jaren elke les weer: ‘Je jas mag aan de kapstok.’ Omdat ik nog een leek ben op het gebied van regieversterkend handelen houd ik het nog bij ‘positief geformuleerd’ terwijl er in mijn hoofd een schaduwconversatie plaatsvindt die de leerlingen met hun jas met razende vaart naar de uitgang van de school verwijst. Negatief geformuleerd en enkel rekening houdend met mijn regie. De schaduw conversatie wint het van positieve formuleringen als ik tijdens de les zie dat ik een wedstrijd voer met het tijdstip van deze les op vrijdagmiddag. Leerlingen hangen in hun bank en kijken voortdurend zuchtend naar de klok. De schaduw gedachten die ik heb schieten zomaar per ongeluk naar mijn mond en met een stevig en hard uitgesproken: ‘En nu aan het werk,’ versterk ik de regie weer van mijn eigen handelen en het handelen van de leerlingen.