8. feb, 2016

Winter

Winter.

Toen mijn oudste kinderen naar de middelbare school gingen besloot ik dat het taxi bedrijf van mama opgedoekt werd. Een zalige beslissing want het combineren van kinderen met een drukke baan werd op slag veel overzichtelijker. De fiets had al zijn intrede gedaan en de jaren van oefenen in omgaan met het drukke verkeer had zijn vruchten al redelijk afgeworpen. Mijn kinderen konden fietsen naar school. Voor henzelf was dat ook heel prettig. Wij gingen naar dezelfde school en je wilt daar nu eenmaal niet in verband gebracht worden met je moeder. Meerijden was geen optie.

Het wisselvallige weer was ook geen enkele aanleiding voor mijn jongens om van de fietsstrategie af te wijken en als zij dat al wel wilden dan trapte ik wel op de spreekwoordelijke rem. Fietsen is gezond en de afstand die zij moesten afleggen, daar kon geen sport tegen op. Iedere dag fietsten zij ongeveer 25 kilometer. Kinderen die op grote afstand van de school wonen hoor je eigenlijk ook nooit klagen over het fietsen. Dat in tegenstelling tot kinderen die praktisch naast de school wonen en de afstand van anderhalve kilometer in de auto van hun ouders kunnen afleggen als er een verdwaalde regendruppel te bespeuren valt. In ons gezin hadden wij daar een mening over en die hebben wij nog.

Als ik na een lange werkdag mijn weg naar de auto moet vinden door een hele rij in auto’s wachtende ouders om hun kroost te beschermen tegen een zuchtje wind of een regenbui, dan weet ik weer dat ik daar een menig over heb. Als ik dan met mijn auto uit het parkeervak wil rijden en zie dat de wachtende ouders niet de moeite hebben genomen om hun kinderen tenminste 10 meter naar de auto te laten lopen door deze netjes te parkeren in een parkeervak, maar de complete uitrijweg blokkeren om zo dicht mogelijk bij school te staan, dan heb ik niet alleen een mening dan heb ik ook last van fysieke neigingen om mijn mening kracht bij te zetten.

Die fysieke neiging heb ik maar amper weten te onderdrukken toen het een keer heel erg glad was. Ik kwam er pas achter dat het een glibberende en glijdende rit naar school zou worden toen ik zelf al half op weg was naar school. Mijn kinderen waren een uur eerder vertrokken op de fiets en hen redden uit deze hachelijke situatie had geen zin meer. De route die zij nemen naar school is toch per definitie een andere dan ik in het verleden heb voorgedaan. Ik kon niets anders doen dan een schietgebedje voor hun veilige aankomst op school. Zij kwamen aan op school. Ze waren ongeveer net zo vaak onderuit gegaan als zij meters hadden afgelegd, maar iedereen ging onderuit. Ze hebben er heel veel pret om gehad en kwamen drie lesuren te laat, maar zeer voldaan en met een gezonde blos op hun wangen aan op school.

De leerling die op 5 minuten fietsen van de school woonde was er niet. Ik belde hem op om te horen wat de reden van zijn afwezigheid was. Hij mocht thuis blijven van zijn ouders omdat het zo glad was.

Ik ben er nog net niet zelf naar toe gereden om hem met ferme fysieke bedreigingen naar school te halen. Ik heb het weten te beperken tot een bijzonder streng door de telefoon uitgesproken: ‘En nu naar school en je bent er over 10 minuten!’ Ik werd op dat moment niet gemotiveerd doordat het handhaven van de leerplichtwet in mijn takenpakket zat. Ik was een ‘falende’ moeder die haar kinderen 15 kilometer naar school had laten fietsen en als zij dat konden, dan kon de rest van de wereld ook op school aankomen. Zeker de ‘rest’ die om de hoek woonde.