22. jan, 2016

Vuurwerk

Vuurwerk.

Onderwijs is iedere dag vuurwerk. Letterlijk werken met vuur. Je kunt nooit van te voren inschatten welke uitwerking jouw woorden als docent zullen hebben en als je als docent, omdat je nu eenmaal ook een privéleven hebt, met het verkeerde been uit bed gestapt bent, dan kan een dag in het onderwijs aanvoelen als een grote vuurwerkbom. Pubers reageren heel primair en voelen feilloos aan. Ook het verkeerde been. Als je het been en de puber bij elkaar zet kan de bom snel ontploffen.

Het was ongeveer 12 jaar geleden dat de school op enig moment  even heel kwetsbaar was. In het trappenhuis werd vuurwerk naar beneden gegooid. Ik heb er geen idee meer van wat voor vuurwerk maar ik ben er nog zeker van dat het geen siervuurwerk was. De daders wilden snel effect en dat bereik je meer met flink knallend vuurwerk waar op oudejaarsavond geen reet aan is om naar te kijken.

In het trappenhuis ontstond een flinke chaos. Teamleiders komen altijd pas aanrennen als het kwaad al geschied is en dat was in mijn geval niet anders. Ik was uiteraard te laat om iemand in zijn kraag te vatten. Dat maakte mij overigens niet minder kwaad. Het was goed dat ik er pas in tweede instantie was. Als de vuurwerkbom geen slachtoffers had veroorzaakt had mijn kwaadheid het op dat moment alsnog gedaan. Briesend, ziedend en niemand meer ontziend, rende ik door de school om in ieder geval nog een poging te doen om iemand te pakken en op hele Spartaanse wijze een draai om zijn oren te geven.

Mijn kwaadheid had de grens van professioneel ver overstegen. In het trappenhuis liepen op dat moment heel veel leerlingen. Het was het moment van een leswisseling. Dan is het in het trappenhuis heel erg druk.

Maar dat was niet het enige. In het trappenhuis liep op het moment suprême ook mijn oudste zoon. Zijn klasgenootje ving de grote klap op. Een flinke gehoorbeschadiging.  Mijn zoon liep achter hem.

Hier raakt zo’n incident regelrecht ook de oermoeder. Dat wordt in mij bij ieder kind geraakt. En bij mijn eigen zoon dubbel. Zo werkt het nu eenmaal. Ik ben de beer die zijn welpen heeft te beschermen. En ik ben een hele grote beer. En die beer was kwaad.

Op het Vmbo zaten toen raddraaiers die zeker als verdacht werden aangemerkt. En ik verdacht er ook een aantal. Ik kan me niet meer herinneren of het uiteindelijk duidelijk is geworden wie dit had gedaan.

Jaren later staat er een jonge man voor mijn neus in school met twee jongetjes. Twee kleine schattige blonde jongetjes. De man is een oud-leerling van de school. Hij wil mij persé spreken.

‘Mevrouw, ik wil mijn excuus aanbieden. Weet u nog dat vuurwerkincident?’

‘Ja, dat weet ik nog’.

‘Ik heb het niet gedaan mevrouw, maar dat wist u toch wel?’

Uit zijn vraag kon ik opmaken dat hij heel erg hoopte dat ik hem toentertijd op waarde had weten te schatten. Mooi niet dus. Hij stond bovenaan op mijn verdachtenlijstje.

‘Ik stond er wel bij. Ik snap nu waarom u toen zó verschrikkelijk kwaad was’. 

Liefdevol kijkt hij naar zijn twee schattige zoontjes.