Onderwijs rariteiten cabinet

1. feb, 2018

Ik zag je een paar weken geleden voor het eerst. Je bent een leerling in mijn klas. Ik stond bij de deur om je te leren kennen. Jij liep naar binnen zonder op te kijken. Ik vroeg of je even terug wilde komen. Ik kende je nog niet en wilde graag je naam horen. Volgens mij vond je dat stom. Je wilde liever ongezien naar binnen maar je viel zó op, juist daardoor. Je nam plaats in de klas en liet jezelf meteen onderuit zakken. Ik kon alleen maar denken: “Zo zeg, die heeft er echt geen zin in.” Daarmee heb je jezelf meteen bij mij op de voorgrond geplaatst. Ik hou namelijk bij voorbaat van leerlingen die er geen zin in hebben. Niet omdat ze niet willen werken, dat vind ik eigenlijk heel erg lastig, maar omdat ze een energie om zich heen hebben die uitstraalt dat ze de wereld nog helemaal niet begrijpen en zoeken naar de beste rol om erbij te horen.

Alles is stom! En ik ben misschien op dit moment wel de stomste mens die er op de wereld rondloopt. Ik wil dat heel graag zijn. De stomste leraar die er rondloopt. Weet je wat het is? Als jij mij de stomste vindt, sta ik bovenaan op een lijstje van jou en hou je me heel erg in de gaten. Ik zal dus echt mijn best doen om op nummer 1 bij jou te blijven staan. Doordat je mij zo in de gaten houdt kan ik heel veel tegen je zeggen. Je luistert naar alles wat ik zeg omdat je alles wat ik zeg ‘stom’ wilt vinden. Dat is ook precies zoals ik het graag wil. Ik wil heel veel tegen je zeggen.

Natuurlijk zou ik het fijn vinden als je het op een gegeven moment wél leuk gaat vinden in mijn les. Dan kun je jezelf namelijk vullen met positieve energie en misschien lukt het je dan ook wel om hoge cijfers te gaan halen. Positiviteit en goede resultaten lijken iets met elkaar te maken te hebben. Je voelt je ook beter als je de weerstand een beetje los kunt laten. Als je de zonnebril die je draagt af en toe af zet, kan de zon op je gezicht gaan schijnen. Dat is lekker warm en behaaglijk. Moet je eens om je heen kijken als buiten de zon schijnt. De mensen om je heen lijken dan ineens een heel stuk vriendelijker en vrolijker. Die zon doet echt iets met je. Zelf kan ik ook heel erg verlangen naar de eerste zonnestralen na die lange, natte, druilerige wintertijd. Ik vind het leven dan ineens een stuk makkelijker. Ik snap er ook niets van. Ik doe precies dezelfde dingen als op de dagen dat de zon niet schijnt en toch is alles anders. Ik voel me vrolijker en daardoor gaat alles veel makkelijker.

Ik voel me ook niet altijd vrolijk hoor en vind heel veel dingen gewoonweg superstom. Misschien is dat wel de reden dat je me opvalt. Misschien kijk ik wel in de spiegel als ik naar jou kijk en herken ik een stukje van mijzelf in jou. Misschien wil ik daarom zoveel tegen je zeggen. Omdat ik je zo graag wil laten zien dat niet ‘alles’ stom is maar dat er altijd wel iets te vinden is dat best een beetje ‘leuk’ is.

Een klein beetje leuk maar hoor.

Ik zal het niet meteen overdrijven.

Dat is namelijk heel erg stom!

 

11. feb, 2017

Te-exit staat voor Telefoon-Exit. In de tijd dat de taal zich in razend tempo uitbreid met nieuwe woorden en afkortingen, wil ik iedereen ook gelukkig maken met een nieuwe afkorting. Te-xit dus. Het streepje zal in de loop der tijd verdwijnen dus ik haal het vast weg. Dat scheelt ook weer tweet tekens, moet je maar denken. TEXIT!

Onze school is een rookvrije school. Rookvrij betekent: “Er wordt niet meer gerookt op plaatsen die gelden als schoolterrein.” Dat is natuurlijk verschrikkelijk fijn. Als semi-ex-roker kan ik daar over meepraten. De arbeidsproductiviteit gaat met sprongen omhoog omdat de stress van het “moeten” roken is verdwenen. Ik kan nu in de pauzes enigszins fatsoenlijk leerlingen en collega’s te woord staan omdat ik mij niet meer hoef te haasten naar een ton die buiten opgesteld staat, waar ik alleen kan komen als ik een speciale code op een plaatje heb laten plaatsen dat ik dan langs een scanner moet halen om de deur naar de rookplek te openen. De lange zin is uiteraard symbolisch voor de moeite die het kost om in deze school als roker nog aan je “trekken” te komen. Ik ben ook geen slecht voorbeeld meer voor mijn leerlingen. Ik ben op weg om het perfecte rolmodel te worden voor mijn leerlingen. Ik kan hen laten zien dat het leven de moeite waard is als je een verslaving onder controle weet te houden. In groten getale word ik in mijn voorbeeld gevolgd door mijn leerlingen. Zij doen dit niet helemaal vrijwillig maar de beperking in school helpt enorm om de verslaving te beteugelen. Op basis van deze ervaring durf ik te stellen dat ik de garantie voor de toekomst kan voorspellen als de leerlingen ook geholpen gaan worden om hun telefoon-verslaving in bedwang te houden. We hebben immers bijzonder goede ervaringen met het verbieden van roken. Ik ben fel voorstander van een nieuw bordje in de tuin van de school: “Onze school is mobiele telefoonvrij.”

De voordelen van een totale TEXIT zullen enorm zijn. Als school geven we een goed voorbeeld. Wij zullen voorkomen dat leerlingen in een sociaal isolement raken. Wij leren de leerlingen op een positieve en open manier te communiceren,  waarbij een belangrijke norm is dat je elkaar aankijkt in een gesprek. Leerlingen die van onze school afkomen zullen aanmerkelijk succesvoller zijn op de arbeidsmarkt omdat zij vanwege hun open en communicatieve houding de betere sollicitanten blijken te zijn. Onze leerlingen zullen hun primaire impulsen beter kunnen beheersen dan de leerlingen van de scholen waar nog geen sprake is van een TEXIT. Dat zal de sfeer in school ten goede komen. Onze leerlingen hebben geleerd “oog” te hebben voor elkaar en kunnen bijzonder goed luisteren naar de werkelijke boodschap van hun medeleerlingen. Deze boodschap zal hen namelijk voornamelijk bereiken vergezeld van intonatie en non-verbale communicatie.

Een TEXIT komt de vorming van de zelfstandigheid van leerling ten goede. Als zij hun lunchpakketje vergeten zijn kunnen zij nu geen contact hebben met hun oplossingscentrum maar zullen zij zelf hun creativiteit moeten aanboren om de aanstaande honger te stillen en als dat niet lukt zullen zij merken dat zij van het overslaan van een maaltijd “niet” dood gaan. Leerlingen op onze school zullen een hogere weerstand opbouwen en het verzuim zal enorm afnemen. Het is bij een TEXIT namelijk niet meer mogelijk om de weersveranderingen door te geven aan thuis en de fiets op school te laten staan omdat de taxi weer voor de deur staat. De conditie van onze leerlingen zal toenemen en het is algemeen bekend dat dit ook de leerprestaties bevordert.

Onze school wordt de perfecte school voor leerlingen met een prikkelallergie. Het aantal prikkels dat doorgaans op deze leerlingen afkomt wordt met minstens 80% vermindert. Daarnaast kan er flink bespaart worden op de zorgkosten want onze leerlingen zullen de fysiotherapeut  waar zij normaal gesproken heen moeten  omdat zij hun lichaam dwingen in houdingen waar hun lichaam nog lang niet naar toe geëvalueerd is, aanzienlijk minder bezoeken.

Maar bovenal  komt het de rust in de les ten goede. En rust is de omstandigheid waaronder het beste geleerd kan worden. Voor die conclusie hebben wij in het onderwijs geen ingewikkelde wetenschappelijke onderzoeken nodig. Tot die conclusie zijn wij gekomen sinds de mobiele telefoon zijn intrede heeft gedaan en deze rust in razende vaart verstoorde.

TEXIT en snel graag!!

7. feb, 2017

Decibellen.

Ik ben dit jaar gezegend met een behapbaar aantal leerlingen in mijn derde klas economie op het vmbo. Dat is ook een dringende noodzaak want de leerlingen ervaren dit vak meestal als moeilijk. Het hele vakjargon gaat doorgaans compleet aan hen voorbij en naast vermenigvuldigen, optellen en aftrekken leveren de procentsommen situaties op waarbij ik in sneltreinvaart medische en psychische hulp moet inschakelen. Voor hen en voor mij is het dus van groot belang dat ik de hulpvraag snel kan ontdekken en handelingen kan verrichten die de levensverwachting van mijn leerlingen aanmerkelijk doet toenemen. De zuurstoffles heeft voor dit kleine klasje precies de juiste inhoud. Nu is dit klasje overigens helemaal niet klein, maar omdat wij in het onderwijs de plofklassen als een normaal verschijnsel zijn gaan zien, betitelen wij een klas met 24 leerlingen ineens als een kleine klas terwijl dit natuurlijk een normale grootte is.

Dit kleine klasje dat 2 keer per week voorzien wordt van een bovenmatige belangstelling en inspanning van de docent, heeft een opmerkelijk talent. Ik probeer deze kwaliteit al een tijdje zodanig te verleggen dat je dit talent ook in hun cijfers terug kunt vinden, maar dat lukt mij helaas nog steeds niet. Dit klasje is bijzonder getalenteerd als het gaat om het produceren van decibellen. De decibellen vliegen mij om de oren als ze binnenkomen. De decibellen worden daarna zonder dat ik de leerlingen ook maar op een spoor van vermoeidheid kan betrappen, de hele les op hoog niveau door geproduceerd. Als je dit klasje zou verplaatsen naar een sportschool en de inspanning zou overzetten in calorie-verbrandende activiteiten dan zou dit klasje graatmager door het leven gaan.

Vandaag mochten zij weer schitteren in het talent dat zij hebben en liet de lesvorm ook nog eens toe dat er harder getraind kon worden dan tijdens een “normale” les. In de vorm van een circuitje en ingedeeld in groepjes moesten de leerlingen zich de kunsten van het rekenen met verzekeringssommen eigen maken. Wat ik er helaas niet bij bedacht had was het spelelement dat de leerlingen er zelf aan toevoegde. Schreeuwen en het liefst zo hard mogelijk. Deze lesvorm verschaft mij als docent in een zeer korte tijd enorm veel inzicht in de werkhouding van leerlingen. In de loop der jaren heb ik de koppeling decibellen en werkhouding wel losgelaten. Veel lawaai produceren is niet automatisch gekoppeld aan een intensieve werkhouding zoals de beschrijving van werkhouding nog in mijn woordenboek voorkomt. Ik heb in de loop der jaren ook geleerd dat ik veel leerlingen heb met een audiohandicap. Ze horen echt steeds minder. Dat wordt als je het mij vraagt ook “het” probleem van de toekomst. Omdat hun gehoor behoorlijk is aangetast door van alles en nog wat, blijft er niets anders over dan heel hard schreeuwen naar elkaar.

Oorverdovend lawaai dat mij op den duur waarschijnlijk ook een fikse gehoorbeschadiging zal opleveren. Voor nu doe ik het alvast met “overspannen” stembanden en realiseer ik mij dat het bovenstaande een prima inhoud is voor een stevig pleidooi voor een “hele” kleine klas.

 

25. jan, 2017

 

Voor mij is het al duidelijk welk woord “het woord” van 2017 gaat worden. Ik kan me niet voorstellen dat er een woord komt dat dit geniale woord zal overtreffen: “ Plofklassen”.

De klas wordt in korte tijd vetgemest en groeit uit zijn voegen om daarna te verhuizen naar het slachthuis om een kopje kleiner gemaakt te worden. Plofklassen dus. De open huizen staan weer voor de deur en iedere school is zijn “Unique Selling Point” aan het ontdekken om daarna zoveel mogelijk leerlingen binnen te halen zodat de klassen kunnen ploffen. Het kan aan mij liggen maar ik volg het zo langzamerhand niet helemaal meer. Plofklassen en Unique Selling Points. Ik zie een geweldige tegenstelling. Ben ik nu werkelijk de enige? De komende tijd gaan we de school weer oppoetsen om zoveel mogelijk leerlingen binnen te hengelen met ons fantastisch Unique Selling Points om ze daarna te plaatsen in de zogenaamde plofklassen. Klassen die ontstaan omdat de centjes binnen de scholen ontoereikend zijn om veel klassen te maken en dus worden alle leerlingen bij elkaar gepropt. Propklassen zou de lading beter dekken.

Ik doe er uiteraard ook aan mee. Straks ga ik met mijn Unique Selling Point (mijn stralende glimlach, geweldig leuke outfit en een computerspelletje dat ik na het open huis nooit meer gebruik) iedere potentiële aanstaande leerling naar binnen hengelen. Ik hengel er zoveel naar binnen dat de school erachter komt dat het er teveel zijn die willen komen en dus gaan de klassen ploffen. Lekker dan. Daar sta ik dus met mijn goede fatsoen op het open huis mijn eigen werkdruk te creëren. Mijn brood komt ook wel op de plank met wat minder leerlingen in de klas. Ik durf ook nog een simpele voorspelling te doen over de kwaliteit van mijn onderwijs in een kleinere klas en de kans dat het ABP mijn pensioen te zijner tijd moet gaan uitkeren neemt ook met sprongen toe. In dat laatste zie ik ineens een verborgen agenda opduiken. Het zal toch niet zo zijn dat het ministerie van onderwijs onder één hoedje speelt met ons pensioenfonds en de uitkeringen op ludieke wijze probeert terug te dringen door de plofklas? Ik zag op mijn salarisstrookje dat de miljarden die rondgaan in de pensioenfondsen net niet genoeg zullen zijn om mij mijn vrolijke oude dag te garanderen. Ik lever salaris in, krijg er veel leerlingen bij in de klas, moet in de toekomst met mijn rollator nog mijn weg vinden tussen al de opgestapelde leerlingen en daarbijbehorende tassen, wat zoveel stress oplevert dat ik met mijn Unique Selling Point ga bezwijken onder de plofklas.

Stom.

Weer een bevoegde leraar minder in het onderwijs.

 

23. dec, 2016

Geloof, hoop en ego.

 

Op de één na laatste dag voor de kerstvakantie verloor ik in één klap mijn geloof in de gehele mensheid. Of liever, mijn geloof in de generatie die het na mij voor het zeggen zal hebben. Bam, weg, kaboem, stuk, aan flarden. De reden: een mail in mijn mailbox. De afzender: een leerling. De inhoud: niet voor herhaling vatbaar. “It comes with the job” dat niet iedereen iedere dag in volledige aanbidding aan mijn voeten ligt. “It comes with the job” dat eigenlijk nooit iemand de hele dag in volledige aanbidding aan mijn voeten ligt. Soms vinden leerlingen mij wel aardig. Mijn ego wordt hierdoor niet meer gekrenkt. Mijn doelstelling is ook niet om vrienden te zijn met mijn leerlingen. Mijn doelstelling is dat zij zich later op fatsoenlijke wijze en met de broodnodige economische inzichten, staande kunnen houden en dan het liefst ook nog als evenwichtige volwassenen. Die evenwichtigheid zal ik dus voor moeten doen en mijn ego heeft een plaats gekregen onderaan de ladder. Gisteren kwam ik er op een zeer niet- benijdenswaardige wijze achter dat mijn ego een hogere sport op de ladder heeft gevonden dan waar ik hem had neergezet en dat mijn “geloof” gezakt was naar de onderste sport van de ladder. Wat een ongelofelijk, achterlijk en waanzinnig beroep had ik gisteren. Ik zat ‘s avonds met mijn laptop op schoot om mijn ontslagbrief te schrijven, maar ben in slaap gevallen. Vanmorgen moest ik alweer voor dag en dauw op om de komende generatie te voorzien van krentenbrood, chocolademelk en kerstgezelligheid dus ook vanmorgen had ik geen tijd om de brief te schrijven en bovendien was de batterij van mijn laptop leeg. Het zit soms wel heel erg tegen.

De dag voor de kerstvakantie vieren wij op school traditiegetrouw de boodschap van kerst door, onder andere, met de klas samen te ontbijten. Veel hoef ik daarvoor niet in te slaan want de generatie die het na mij voor het zeggen gaat hebben, eet ‘s morgens niet. Bovendien waren ze moe van de afgelopen week want ze zijn op stage geweest.

De maatschappelijke stage. Alle leerlingen van de derde klas lopen een stage waarin ze zich vier dagen dienstbaar opstellen op basisscholen, in zorginstellingen, bij de voedselbank of in een kringloopwinkel. Twee van mijn leerlingen kwamen terug van een vierdaagse in een kringloopwinkel. Ze hebben allebei enorm veel moeite om zich aan te passen aan de huidige onderwijsstructuur. Ze zijn veel afwezig en hun tijdschema ziet er anders uit dan het lesschema dat wij op school hanteren. Ze komen slechts zelden op tijd. Hun cijferlijst verdient nog geen schoonheidsprijs en ik ben vaak niet aardig tegen hen omdat de boodschap die ik over moet brengen dat nu eenmaal niet toelaat. Vandaag kwamen ze stralend binnen bij het kerstontbijt. Nee, ze hadden geen zin in kerstbrood maar ze hadden wel foto’s en of ik die wilde zien. Het is bijna kerst, dus waarom niet. Ze lieten mij zien wat ze de afgelopen dagen hadden gedaan op hun stageadres. Op de foto’s zag ik stapels met vuilniszakken, containers met vuilniszakken. Het zag grijs van de vuilniszakken.

“Kijk mevrouw, die zakken hebben wij allemaal gevuld met kleding die wij eerst hebben uitgezocht en gelabeld. Veel hè?”

Ik zag rode wangen van trots. Een kleine glinstering in hun ogen.

“Oh en mevrouw bent u zo nog op school? Ik heb iets voor u meegenomen, een cake.”

Vandaag is “geloof” weer een sport op de ladder omhoog geklommen. De top van de ladder ligt nog ver weg maar ik heb goede hoop dat deze weer bereikt kan worden.